Verplichte vluchtelingenquota zijn moreel verwerpelijk

De Hongaren hebben in een referendum op 2 oktober overweldigend (95%) nee gestemd op de verplichte vluchtelingenquota opgelegd door de EU. Spijtig genoeg was de opkomst net te laag (45%) zodat het referendum ongeldig is. Eurofielen hadden een duidelijke mening over dit referendum: een teken van niet-solidariteit en de EU is een soort huwelijk met geven en nemen. Klopt dit wel?

Inleiding

De reden van deze blog is een aflevering van De Afspraak Op Vrijdag waarin Lieve Blanquaert (01:03) het volgende zegt:
"Ik vind het persoonlijk heel moeilijk om dat [referendum in Hongarije] te aanvaarden in eerste instantie. Ik vind ook als een land zich aansluit bij Europa (sic, Hongarije is altijd bij Europa geweest, zij bedoelt de Europese Unie) dan trouw je met Europa, dan leef je ook volgens die regels van Europa en dat is dan met goeie en slechte dagen, denk ik. En dat moet zo zijn, dat zijn de afspraken die je dan maakt. Zij nemen ook de goeie dingen van Europa, zij krijgen ook subsidies, hé, Hongarije krijgt subsidies van Europa, is erop vooruit gegaan als ik de kranten lees, hé, economisch sinds ze bij Europa zijn gegaan. Dan vind ik het toch wel gruwelijk dat een land, dat die leider, zijn volk zo bepamperd en beangstigt, met angst doet leven voor die vluchtelingen die eigenlijk geen echte bedreiging vormen, denk ik, voor zijn land. (...) En het gaat dan over zeer weinig mensen."
Ongeacht dat laatste, dat Orbán zijn volk angst aanjaagt en ongeacht het aantal, houdt de onderlijnde redenatie van Blanquaert eigenlijk steek? Is de Europese Unie een huwelijk? Is er een relatie tussen de subsidies die een lidstaat krijgt en andere afspraken? Heeft zij een morele basis?

Pacta sunt servanda

Blanquaert boort eigenlijk een psychologisch diep en evolutionair oud moreel gevoel aan namelijk wederkerigheid: quid pro quo (voor wat, hoort wat) en pacta sunt servanda (afspraken dienen nagekomen te worden).

Dat laatste kan makkelijk weggewuifd worden: Hongarije heeft niet ingestemd met de vluchtelingenquota en Duitsland heeft met een gewone meerderheid i.p.v. unanimiteit de vluchtelingenquota opgelegd (ook al is dit wel de afspraak). Duitsland heeft in de vluchtelingencrisis zelf éénzijdig het Verdrag van Schengen en de Dublinovereenkomsten aan de kant geschoven voor "Wir Schaffen Das". Gebrek aan loyauteit tegenover de Europese afspraken kan Hongarije niet verweten worden, integendeel, het is het slachtoffer van contractbreuk door Duitsland.

Maar bon, het gaat in de eerste plaats om quid pro quo. Hongarije neemt subsidies aan van de EU dus als de EU vluchtelingen geeft dan dient Hongarije dit te accepteren, vrijwillig of verplicht. Hongarije die dat niet doet is dan niet solidair, egoïstisch, een profiteur en anders lelijks.

Huwelijk en seks

Interessant aan de redenatie van Blanquaert is de analogie van een huwelijk: Hongarije is in het huwelijksbootje gestapt met de EU en beiden partners moeten elkaar helpen, in goeie en slechte dagen.

Laten we dit nu eens serieus over nadenken. Hongarije (de vrouw) en de EU (de man) maken afspraken. Zoals in elke huwelijk is er wederkerigheid: de man (meestal de financieel krachtigste) onderhoudt de vrouw, geldelijk de vrouw levert diensten (meestal het huishouden) of de lasten en de lusten worden netjes fifty-fifty verdeeld (de meer moderne koppels).

Dit heeft natuurlijk zijn limieten. Binnen een relatie kan er geen onbeperkte transacties tussen geld en diensten gebeuren. Er zijn namelijk transacties die onafhankelijk zijn van enig ruilmiddel en dat zijn er twee: affectie en seksualiteit. Een man kan een vrouw niet dwingen van hem te houden of haar lichaam ter beschikking te stellen voor de noden van de man.

Dat laatste noemen we simpelweg verkrachting. Het is een grote verworvenheid van onze liberale samenleving dat een vrouw lichamelijk volledig autonoom is. Zij beslist zonder enige vorm van dwang wat zij doet of laat doen met haar lichaam, wie dat lichaam mag binnendringen en wie niet en van wie dat zij houdt of niet.

Dit is een grote sprong voorwaarts tegenover de traditionele samenlevingen waarin men seks binnen het huwelijk aanzagen als onderdeel van de quid pro quo calculus. In die samenlevingen vonden mannen dat zij het recht hadden, en ik omschrijf het proper, gewaarborgd seks te eisen in ruil voor hun financiële onderhoud. De vrouw diende elke avond te knikken, haar uit te kleden en de benen te openen.

Natie als lichaam

Een persoon is opgebouwd uit twee delen: een lichaam en een geest. Ik ben een materialist en ik verwerp dat de geest een aparte entiteit is. De geest, over beter gezegd het bewustzijn, is simpelweg een product van ons lichaam. Ons lichaam is een collectie van cellen, weefsels en organen maar as such bestaat eigenlijk niet. Enkel het bewustzijn bestaat omdat het enigste is dat voor de buitenwereld zich als een eenheid manifesteert. Een lichaam heeft miljarden cellen maar er is maar één bewustzijn.

De natiestaat is eveneens een persoon met een lichaam en geest. Het bestaat uit een lichaam, het volk, de natie en een geest, de staat, een regering. De natie bestaat uit duizenden soms miljoenen burgers maar er is maar één regering die aanspreekbaar is door het buitenland.

De dichotomie tussen het lichaam en de geest wordt eveneens voorgesteld als zijnde de dichotomie tussen emotie en rede. De emotie is de respons op uitwendige prikkels terwijl de rede de autonomie zelve is. De rede krijgt de rol van piloot die na een beredeneerde keuze de emotie kan dempen, sturen of onderdrukken.

Vooral in linkse middens wordt er een grote rol toegelegd aan de staat. De staat is de rede, de planner en de natie is een brok emoties, een op hol geslagen kudde. De staat is de sturende kracht achter de natie, want de natie is nu eenmaal maakbaar. De mars door de instellingen van Gramsci vloeit uit de gedachte dat wie de sleutel van de staat in handen heeft, ook de samenleving kan bepalen.

Dit is een illusie, de staat/rede/geest is niet alleen het product van de natie/emotie/lichaam maar is sterker nog, de slaaf. De staat voert uit wat het parlement, de natie heeft gestemd. De staat die tegen de natie ingaat, eindigt in een dictatuur. De geest die tegen het lichaam ingaat, eindigt in een mentaal wrak.

Conclusie: vluchtelingenquota als verkrachting

Laten we dit allemaal eens samenvatten. De Hongaarse natie is het lichaam, de Hongaarse staat is de geest en samen vormt de natiestaat een autonoom persoon. Elk persoon is baas over diens eigen lichaam, ook als deze een relationeel bindend contract heeft aangegaan met een ander.

De EU die zegt: "Wij zijn getrouwd en ik heb voor jouw, vrouw, beslist hoeveel vluchtelingen jouw lichaam binnen mogen dringen", heeft daar het recht niet toe. Daarom dat de Hongaarse regering het lichaam eerst heeft willen consulteren: "Wil je dat de EU eigenhandig mag beslissen wie er in je lichaam mag en wie niet?" De Hongaarse natie heeft een duidelijk signaal gegeven: "Nee, blijf van mijn lijf!".

Eurofielen zoals Blanquaert willen die nee niet accepteren. Met hun quid pro quo vinden zij dat subsidies een geldig excuus is om de lichamelijke integriteit van de Hongaarse natiestaat te schenden. Zij vinden dat de Hongaarse natie zich in naam van het Europese huwelijk zich moet onderwerpen aan de dictaten van de EU-man. Zij vinden dat de Hongaarse vrouw haar spreekwoordelijke benen moet spreiden en de vluchtelingen moet binnenlaten. Zij willen de Hongaarse natiestaat verkrachten.

Hun redenatie is niet alleen pervers en moreel verwerpelijk maar ook niet meer van deze tijd. Vrouwen hebben autonomie. Natiestaten hebben autonomie. Dat is een verworvenheid die geen enkele macht, patriarchisch of supranationaal, kan wegnemen.
0