Na de Vlaamse staatsvorming de Vlaamse staatshervorming (5)

De provincies worden in Vlaanderen meer en meer gestript van hun bestuurlijke bevoegdheden. Er is een grote druk om gemeenten te fusioneren. Ondertussen wordt er serieus nagedacht over het Vlaanderen na de Vlaamse onafhankelijkheid. Is dit een Vlaanderen met enkel een lokale en een centrale overheid? Ik kan mij daar niet tevreden mee stellen. Hier volgt het laatste deel vijf.

Inleiding

Ik heb in blog 3 en 4 de regio's voorgesteld. In totaal kunnen in Vlaanderen 19 regio's met 57 streken opgericht worden. Een overzicht vind je in de volgende figuur:

Schematische weergave van de Vlaamse regio's, van west naar oost: de Westhoek (olijfgroen), de Vlaamse Kust (donkergrijs), Leieland (donkerrood), Brugse Ommeland (donkerviolet),  Meetjesland (koningsblauw), Land van Gent (violet), Vlaamse Ardennen (zachtcyaan), Denderland (geel), Waasland (bruin), Pajottenland & Zuidelijke Zennevallei (heelzachtgeel), Land van Mechelen & Brabantse Kouters (lichtgrijsblauw), Land van Antwerpen (rood), Dijleland (lichtroze), Antwerpse Noorderkempen (oranje), Antwerpse Zuiderkempen & Neteland (limoengroen), Hageland (grijs), Loonse Kempen (lichtgroen), Loonse Haspengouw & Demerland (donkergeel) en Maasland (blauw).

Regionale bevoegdheden

Ik heb nog niet besproken wat de bestuurlijke bevoegdheden van de regio's zijn.

Regio's zijn een vertegenwoordigd niveau met een verkozen regionale raad (wetgevende macht) en een regionale deputatie (met een direct verkozen regiogouverneur aan het hoofd) (uitvoerende macht). Het regionaal niveau heeft zowel gebiedsgebonden (economie, milieu, toerisme, mobiliteit, landbouw) als persoonsgebonden bevoegdheden (cultuur, sport, onderwijs, recreatie) net als de provincies van vandaag. Elke regio heeft een (centrum)stad als regiohoofdstad. Deze stad vervult meestal een centrale functie in de regio.

Regio's kunnen veel structuren vervangen. Regio's kunnen overeenkomen met de gerechtelijke arrondissementen. Dit zorgt ervoor dat elke burger een makkelijke toegang kan hebben tot justitie. Vandaag moet bijvoorbeeld iemand uit Mol die voor de correctionele rechtbank moet verschijnen naar Antwerpen gaan terwijl Geel veel makkelijker te bereiken is. Regio's kunnen ook overlappen met de brandweerzones.

Maar er is meer. In mijn Vlaamse staat zal het Vlaamse niveau stevig uitgekleed worden. De centrale overheid is dan enkel een coördinerend, integrerend niveau dat enkel zorgt voor bovenregionale zaken (zoals stroomgebiedsbeleid). Dat wat zij niet hoeft te doen (bv. beheer van nationale parken en reservaten) gaat naar de regio's. Daardoor kan de regio's aan gebiedsplanning doen op maat van de lokale noden.

Het is ook mogelijk dat het regionaal niveau bevoegdheden doorgeeft aan het streekniveau of vice versa.

Streekgebonden bevoegdheden

Streken zijn een intercommunaal niveau samengesteld uit de burgemeesters en eerste schepenen (voorgezeten door een streekvoorzitter).

Het streekniveau heeft gemeentelijke bevoegdheden die gemeenten vrijwillig naar dit niveau hebben overgeheveld. Waarom zouden ze dit doen? Er is grote druk vanuit de Vlaamse overheid en bepaalde politieke strekkingen om fusies aan te gaan. Dit is meer dan snoeien, het wordt een bloedbad. Een Vives-studie wilt van 308 naar 152 gemeenten gaan. Veel van die fusies zijn zonder rekening te houden met de historische streken en regio's.

Om dit tegen te gaan, moeten gemeenten wel nauwer samenwerken. Een "confederaal" of concommunaal model van samenwerking is de beste manier. Hieruit wordt gestart vanuit een basis van vrijwilligheid, eigenheid en gelijkwaardigheid. Gemeenten kiezen zelf welke bevoegdheden intercommunaal uitgeoefend worden en welke niet. De eigenheid wordt wel behouden: de gemeenten gaan niet op in de intercommunale. Alle gemeenten worden als een volwaardige partner beschouwd, hoe groot of hoe klein die ook is, en beslissingen worden in unanimiteit genomen.

Het is niet de bedoeling dat intercommunales een niveau wordt waarbij men beslissingen kan nemen zonder democratische controle. Streken zouden voor meer transparantie moeten zorgen, niet minder. Indien mogelijk kunnen lokale politici een mandaat van "streekcommissaris" combineren (voor hetzelfde loon) zodat een gezicht verantwoording kan afleggen aan de gemeenteraden. Als het moet zouden "gemeentelijke senaten" opgericht kunnen worden waarin afgevaardigden van de gemeenteraden en/of rechtstreeks door de kiezer verkozen politici zetelen van alle politieke gezindten. De streken vervangen dan de kieskantons.

De Vlaamse overheid kan het overhevelen van bevoegdheden stimuleren. Een concreet voorbeeld zijn bijvoorbeeld de politiezones. In Vlaanderen zijn er 113 politiezones met elk een korpschef. Door deze op streekniveau te brengen, kunnen deze worden gehalveerd. Ook de gerechtelijke kantons kunnen ingedeeld worden op basis van de streken, momenteel zijn het er 75 in Vlaanderen. Hetzelfde kan gebeuren met de versplintering van sociale huisvestigingsmaatschappijen, afvalverwerkingsintercommunales en tutti quanti.

Supraregionale structuren

De werkelijkheid is complex. Niet alles kan gereduceerd worden tot één regio. Soms is er noodzaak voor supraregionale structuren die meerdere regio's en/of streken samenballen.

Zo is minister van mobiliteit Weyts van plan om 13 vervoersregio's op te richten. Men zou deze vervoersregio's kunnen organiseren op mijn voorgesteld regionaal niveau. Alleen is de connectiviteit tussen gemeenten groter dan deze enkele regio.

Neem nu de vervoersregio Mechelen. Die omvat de regio Land van Mechelen & Brabantse Kouters maar ook de streek Lier en Pallieterland van de regio Zuiderkempen en Hulshout van de streek Vallei van de Grote Nete van de regio Zuiderkempen.

Naast De Lijn, Infrabel, NMBS zijn ook de negentien (!) aparte gemeenten lid van deze vervoersregio. Voor de vervoersregio Antwerpen zijn het al 43. Het is begrijpelijk dat dit groot aantal belanghebbenden de bestuurskracht van zo'n vervoersregio serieus vermindert. Dit kan gereduceerd worden tot bv. de gedeputeerden voor mobiliteit van deze regio's (4) en/of de streekvoorzitters met een gemeentelijk mandaat om deze te vertegenwoordigen (7).

Een ander supraregionale structuur is het plattelandsproject De Merode tussen enkele gemeenten van de streek Brabantse Kempen en Demervallei (regio Hageland), de streek Luikse Kempen (regio Loonse Kempen) en de streek Vallei van de Grote Nete (regio Zuiderkempen). Dit project draait rond het domein van de adellijke familie de Merode in deze streek. Ook hier kunnen regio's en streken een meerwaarde bieden.

De 20ste regio

De regionale kaart van Vlaanderen is mooi ingekleurd doch er is één witte vlek: Brussel. Dit is een heet hangijzer. Enerzijds positioneert Brussel zich alsmaar meer als een aparte deelstaat en eist ze persoonsgebonden bevoegdheden op. Anderzijds blijft Brussel territoriaal en economisch gekluisterd aan Vlaanderen.

Veel mogelijkheden doen de ronde wat te doen bij de opdeling van België: Brussel als onderdeel van de Federatie Wallonië-Brussel, Brussel als éénzijdig ingekapseld in Vlaanderen, Brussel als gedeelde hoofdstad van Vlaanderen en Wallonië of Brussel als neutraal Europese district.

Oplossing één en vier noem ik politieke science-fiction: Brussel kan niet zonder Vlaanderen en volgens mij zal de Europese Unie tegen dan al geïmplodeerd zijn door de eurocrisis, vluchtelingencrisis of Brexit.

Oplossing twee of drie dus. In een eerdere blog liet ik mij kennen als voorstander van oplossing drie. Ik moet eerlijkheidshalve zeggen dat er voortschrijdend inzicht is gekomen. Ik zie oplossing drie enkel als een tijdelijke oplossing waarbij verdragsrechtelijk na X aantal jaar Brussel definitief wordt overgedragen naar Vlaanderen (een beetje zoals het verdrag tussen China en VK omtrent Hong Kong). Zelfs dan nog zal Brussel door Namen constant gemanoeuvreerd worden als stok tussen de deur en motor van verdere verfransing van Vlaams-Brabant. Dit zal de pacificatie tussen Vlaanderen en Wallonië niet ten goede komen.

Nee, Brussel zal ingekapseld moeten worden in Vlaanderen, of het nu wil of niet. Dit hoeft nochtans geen drama zijn. Brussel kan namelijk de 20ste regio van Vlaanderen worden: de Brusselse Hoofdstedelijke Regio (BHR). Het kan bestaan uit drie stedelijke streken: Brussel-Centrum (Brussel-Stad, Elsene, Etterbeek, Evere, Sint-Joost-ten-Node en Schaarbeek), Brussel-Zuid-West (Sint-Lambrechts-Woluwe, Sint-Pieters-Woluwe, Oudergem, Watermaal-Bosvoorde en Ukkel) en Brussel-Oost (Vorst, Anderlecht, Sint-Gillis, Ganshoren, Jette, Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Agatha-Berchem en Koekelberg). Er kan ook geopteerd worden Brussel onder te brengen in één streek.

Hierdoor zal de overgang tussen het huidige Brusselse Hoofdstedelijke Gewest naar Vlaanderen vlot verlopen: de regio's hebben al veel bevoegdheden zodat Brussel niet noodzakelijk daardoor verliest. Meer zelfs, Brussel zal hierdoor de gevraagde persoonsgebonden bevoegdheden krijgen.

Een verschil: Brussel wordt zoals een andere Vlaamse stad behandeld. De taalwetten zijn volledig van kracht. In de scholen is de voertaal Nederlands. Een volledig in Vlaanderen ingekapselde BHR zal rekenschap moeten afleggen aan de Vlaamse overheid. Het PS-socialisme zal in zo'n omgeving moeilijk kunnen blijven bestaan, zelfs als het een vechtregionalisme wordt. Als het te lelijk doet, wordt de BHR simpelweg onder curatele geplaatst onder een Vlaamse minister van Brussel.

Vlaamse Senaat

Een laatste politieke implicatie van de regio's is een tweede kamer naast het Vlaams Parlement, een Vlaamse Senaat als het ware.

De Senaat wordt op Belgisch niveau stilaan uitgekleed. Het is nu enkel een deelstatelijk overlegorgaan, politcinees voor een praatbarak. Nochtans is een Senaat wezenlijk onderdeel van elke respectabele republiek. Het vormt onderdeel van de drie elkaar in balans brengende cratieën: de president (autocratie), het parlement (democratie) en de senaat (aristocratie).

Ik zie de Vlaamse Senaat als een afspiegeling van de Amerikaanse Senaat. Elk van de twintig regio's vaardigt twee senatoren die sequentieel om de zes jaar worden verkozen. Dit zorgt voor minder verkiezingskoorts en stabiliteit. Vlaamse Senatoren zouden geen witte konijnen mogen zijn maar enkel de besten (aristos betekent beste): met een aantal jaar politieke of maatschappelijk-bestuurlijke ervaring (voormalige ministers, burgemeesters van centrumsteden, hoge ambtenaren, bedrijfsleiders, leiders uit het middenveld). Of mensen met een stevige intellectuele achtergrond (epistocratie van episteme = kennis): mensen uit de universiteiten en hogescholen of denktanks. De senator dient ook oud genoeg te zijn (minstens 30 jaar), volwaardig burger van het land te zijn (dus langer dan 10 jaar staatsburger en in geval van Vlaanderen, geen dubbele nationaliteit) en domicilie hebben in de regio die ze vertegenwoordigen. Senatoren worden verkozen door de meeste stemmen te halen (=/= de meerderheid).

Klinkt dat niet elitair? Anders dan de epistocratie van David Estlund vind ik niet dat het stemrecht enkel mag gelden voor mensen met een diploma of die een politieke examen kunnen invullen. Stemrecht is universeel en moet zo blijven. Dat wilt niet zeggen dat we niet wat kennis van onze senatoren mogen verwachten.

Wat doen senatoren zoal? De Senaat dient voornamelijk een controleorgaan. In Amerika bekrachtigen ze (of verwerpen ze) internationale verdragen gesloten door de president en benoemingen van belangrijke personen (grondwettelijke rechters, hoge ambtenaren, ambassadeurs en ministers). Indien bestuurlijke of administratieve personen (zelfs de zittende president) een aantal misdrijven begaan (verraad, corruptie,...) en moet worden afgezet, dan worden deze door de Senaat beoordeeld. Ik zou ze ook de bevoegdheid geven veranderingen van de grondwet door het parlement te bekrachtigen of weg te stemmen. De Senaat dient ook als overlegorgaan tussen de regio's om supraregionale structuren te controleren. De Senaat kan geen wetgevende initiatieven nemen of enkel met toestemming van het parlement.

Conclusie

Ik zal uit blog 1 de voordelen van deze regio's t.o.v. de provincies opsommen: ze zijn kleiner en dus staan ze dichter bij de burger en ze zijn gebaseerd op al bestaande bestuurlijke, historische of geografische indelingen (zie blog 2) zodat burgers zich ermee kunnen identificeren.

Anders dan Groen zie ik niet hoe het regionaal niveau de intercommunales kan vervangen juist omdat sommige regio's daarvoor te groot zijn. Intercommunales zijn hoogstens een zestal (uitzonderlijk meer) gemeenten groot, sommige regio's zijn het dubbele daarvan. Dat maakt intergemeentelijke samenwerking zeer moeilijk. Daarom zijn er streken gedefinieerd.

Mijn ideaal onafhankelijk Vlaanderen is een gedecentraliseerd Vlaanderen met 19 regio's (+ Brussels Hoofdstedelijke Regio) en daaronder 57+3 streken als intercommunaal niveau. Uit die 20 regio's vloeit een senaat voor naar Amerikaans model die als tegenmacht dient voor het parlement en de Vlaamse president. Ik zie dit Vlaanderen van regio's als de manier om de Brusselse patstelling te doorbreken.

UPDATE: Deze regio's en streken zijn de toekomst. Het is spijtig dat de Vlaams-nationalistische partij N-VA aan de verkeerde kant staat. Terwijl de streek Turnhoutse Kempen die ik in blog 3 voorstelde al de facto is opgericht, weigert N-VA minister Homans deze te ondersteunen. Zij blijft zweren bij de achterhaalde centraliserende fusies. N-VA kondigt zelfs aan om fusies zelfs te verplichten. Dit is politiek van de 20ste eeuw, socialistische politiek dan nog wel. Voor gemeentepolitiek is N-VA dik vet gebuisd.

UPDATE 2: Voortschrijdend inzicht heeft mij doen inzien om het streekniveau zo minimalistisch mogelijk in te vullen. Veel van de intercommunales (huisvesting, afvalverwerking) kunnen best op regionaal niveau gezet worden. Ik zou de streek als een pure statistische of administratief niveau behouden, niet representatief met streekcommissarissen en tutti quanti. 
0