"Goed" en "fout" nationalisme bestaat niet

De referenda in Schotland en Catalonië, het succes van N-VA, de Koerdische weerstand tegen IS, de korte Gaza-oorlog afgelopen zomer, allemaal hadden ze één ding gemeen: nationalisme. Nationalisme is "hot" en beheerst het politieke denken. En toch. Het beeld van nationalisme is nog altijd eenzijdig en negatief. Nationalisme is oubollig, racistisch en oorlogszuchtig. Nationalisme wordt vaak geassocieerd met Mussolini, Franco, Hitler en tal van andere dictators. Er ligt een groot taboe rond. Het paradoxale is dan ook dat nationalisme soms als "positief" wordt bestempeld, dixit Rudy Demotte in augustus 2013. De puntjes moeten op de i gezet worden.

Nationalisme voor dummies

De eerste vraag dat gesteld moet worden: wat is dat nu eigenlijk, nationalisme? Zelf wist ik het ook niet echt. Wikipedia brengt raad voor een eerste kennismaking. Blijkbaar is nationalisme een containerbegrip dat veel ladingen dekt. Gaande van cultuurimperialisme tot economisch protectionisme, allen hebben iets te maken met nationalisme.

Zover ik het begrijp, zijn er twee grote blokken nationalisme. Beide vertrekken vanuit een natie, een soort gemeenschap met dezelfde verwantschap, cultuur, taal of religie.
Je hebt het volksnationalisme dat een bottom-up beweging is. Deze vindt dat natie en staat samen moeten vallen. Volksnationalisme komt vaak voor bij onderdrukking in multinationale staten (staten met meerdere naties, volkeren) en volksnationalisten neigen naar separatisme (het vormen van een eigen staat). Het gevaar bestaat erin om dit te verkrijgen door geweld en terreur.
Het tegenovergestelde is het staatsnationalisme. Deze is een top-down beweging. Deze vertrekt vanuit de staat en de natie is het burgerschap. Behoren tot die natie is het overnemen van deze hun taal, cultuur en wetten. Het gevaar bestaat hierin de minderheden niet te erkennen.

Nationalisme, de eenzijdige zondenbok

Het is nu dan ook duidelijk waarom nationalisme met conflict wordt geassocieerd. Multinationale staten als het vroegere Oostenrijk-Hongarije, Verenigd Koninkrijk, Spanje, Frankrijk, Turkije, Syrië en dichter bij huis België hebben een sterk staatsnationalisme. Deze zijn allen multinationale staten waarbij één bevolkingsgroep onderdrukt wordt. Dit leidt tot volksnationalisme. Als dit niet op tijd wordt ontzenuwd, ontploft de boel.

Geschiedenis wordt geschreven door de winnaars. Uiteindelijk worden de slachtoffers daders en daders slachtoffers. Als het over WOI gaat, wordt de schuld in de schoenen geschoven van de Servische nationalist Princip, hij heeft Frans Ferdinand vermoord. Nooit worden de echte reden genoemd: het agressief staatsnationalisme van Oostenrijk-Hongarije. Rond dezelfde tijd ontstond de IRA die de wapens opnam tegen het VK. Deze schuwden het geweld niet, het bevrijden van het juk van de Engelsen werd daardoor overschaduwd. Hier ontstond de Frontbeweging, die de Vlaamse ontvoogdingsstrijd op gang trok. Het dieptepunt was de collaboratie, dat vandaag nog steeds te parten speelt.

De geschiedenis heeft de neiging zich te herhalen. Rajoy is zeer staatsnationalistisch en probeert met alle macht de Catalaanse volksnationalisten tegen te houden. Europa probeert een Oostenrijk-Hongarije in het kwadraat te creëren en perkt de soevereiniteit van de lidstaten in. Als respons worden de eurosceptische partijen alsmaar populairder.

Nationalisme, rechts of links?

Door Hitler en consorten, heeft nationalisme het etiket rechts tot extreemrechts gekregen. Niets is minder waar. Ook kan hier de opdeling van de nationalismes toepasbaar zijn. Het staatsnationalisme kan eerder rechts en conservatief zijn. Ze kenmerkt zich door het status quo en de onaantastbare grenzen. Het volksnationalisme kan eerder links en progressief zijn. Het verzet zich tegen het heden en is revolutionair in denken. Dit is puur theoretisch, in de praktijk kan links ook staatsnationalistisch zijn (PTB/PVDA+, PS en sp.a) terwijl volksnationalisme rechts kan zijn (N-VA en VB).

Nationalisme is nodig

Nationalisme is een zwaarwichtige term die weinig mensen in de mond nemen. Nationalisme uit zich dan ook vaak in een light versie. Recent was er het wereldkampioenschap voetbal. Velen haalde de tricolor boven om de Rode Duivels te steunen. Men was trots op de prestaties van de nationale helden. Ook dit is een manifestatie van nationalisme.

Nationalisme is een belangrijk aspect in de vorming van een identiteit en de verhouding tussen andere naties. Anti-nationalisten zijn vaak oikofoob, angstig over hun eigen identiteit. Oikofobie is een groter probleem voor de maatschappij dan xenofobie. Oikofobe politici vervreemden van hun kiezers en proberen hun eigen natie onderuit te halen door onbeperkte immigratie.

Immigratie: segregatie of assimilatie?

Daarmee zijn we aan het grote probleem van de 21ste eeuw aanbeland. Het probleem van immigratie is eerder nationalistisch van aard. In hoe ver kan immigratie de natie ondermijnen? Veel aspecten van onze samenleving is gebaseerd op het subjectieve gevoel van verbondenheid. Ongebreidelde immigratie tast de sociale cohesie aan. De solidariteit tussen burgers staat onder druk.

Multiculturalisten zien alle naties als gelijk en immigranten moeten zichzelf niet aanpassen. Wrijving ontstaat tussen de autochtone en allochtone burgers. De facto creëert dit segregatie, hokjesdenken waarbij bevolkingsgroepen zich in hun eigen cultuur terugtrekken.

Het andere extreme is totale assimilatie, waarbij allochtonen zich volledig aanpassen aan de autochtone natie. Dit wilt zeggen dat allochtonen hun eigen identiteit volledig opgeven. In realiteit is dit waarschijnlijk niet mogelijk voor sommigen.

Waarschijnlijk is de middelste oplossing het beste: integratie. De allochtoon leert de taal en accepteert de westerse cultuur maar mag zijn eigen cultuur uitoefenen (zolang dit niet in conflict is met wetgeving). De autochtoon moet tolerant zijn voor de cultuur van de andere.

De kwestie die de westerse maatschappij te parten speelt: welke onderdelen van de vreemde cultuur mogen wel of niet? Het hoofdoekenverbod, de taalfaciliteiten, rituele slachtingen, ... zijn hedendaagse conflicten die hevige emoties veroorzaakt. Dooddoeners als racisme-beschuldigingen verzanden de discussie in een non-beleid. Het recent verdict van Homans over het hoofddoekenverbod is een voorbeeld. Het is een simpel "trek uw plan" en ontwijkt de discussie.

Immigratie zet het concept van volksnationalisme onder druk. Wanneer is een minderheid groot genoeg om faciliteiten te ontvangen? Wanneer wordt deze als een eigen natie erkent? De clash van beschavingen bedreigt de westerse samenleving. Volksnationalisten zou deze discussie moeten voeren.

Is nationalisme goed of fout?

Het antwoord op die vraag is simpel: geen van beide. Staatsnationalisme dat zich manifesteert door onderdrukking is fout. Dit rechtvaardigt nooit geweld en terreur. Volksnationalisten die zich eraan bezondigen zijn dus fout. Nationalisme is dus goed als dit democratisch gebeurd. Volksnationalisten moeten via democratische weg hun separatisme legitimeren. Staatsnationalisten moeten de verschillende naties respecteren en niet tegenwerken. Spijtig dat dit niet gebeurt en het taboe in leven houdt.

Conclusie

Nationalisme is desondanks sommige excessen een even normale vorm van politiek. Nationalisten van 2014 (of ondertussen bijna 2015) hebben nog een belangrijk maatschappelijke job. Het taboe zou doorbroken moeten worden.

0