Moeder, waarom...?

Met serieuze vertraging, maar toch hier mijn reactie over een belangrijk iets. Als student heb ik de morele plicht om te bloggen over hoger onderwijs. Waarover gaat het? Hier kan je de opiniebijdrage lezen van Kiki Vervloessem in Knack. Een korte schets: er is verontwaardiging over de nakende sluiting van de faculteit Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam (nota bene vernoemd naar een filosoof). Men stelt dan ook de vraag: mag men zich niet meer ontwikkelen? De slogan it's the economy stupid wordt vaak aangehaald. De discussie is veel dieper. Tijd om een aantal filosofische vragen te stellen: moeder, waarom...?

Moeder, waarom leren wij?

Dit is misschien een vraag die vast en zeker op de lagere school aan bod komt. Zelf weet ik het antwoord al niet meer, jonge ouders kunnen me misschien helpen. Wat zegt men tegen je kind? Om te ontwikkelen? Of om een job te hebben?

Onderwijs is altijd beide geweest. Een deel van het onderwijs moet ons klaarmaken voor de grote wereld. Algemene vorming is cruciaal: taal, wetenschap, kunst, geschiedenis en godsdienst. Onderwijs kweekt goede burgers die later hun burgerlijke taken opnemen. Dit is een job, een bijdrage leveren aan de maatschappij, de toekomst. Wij willen als gemeenschap dit betalen, want dat is een investering. Deze moet wel terugbetaald worden...

En dan heb je filosofie. Ik ben zelf naar de site van mijn eigen universiteit gegaan. De toekomstperspectieven van de filosofen zijn mager. Leraar worden is een zekere optie, de rest blijft maar vaag. Natuurlijk kunnen filosofen terecht als columnist, maar als pas afgestuurde heb je geen schijn van kans. Filosofie is niet iets dat het bedrijfsleven vraagt in zijn vacatures.

Filosofie op zich is een meerwaarde voor je ontwikkeling maar geen volwaardige professie. De filosofen kunnen dat moeilijk ontkennen.

Moeder, waarom leven wij?

Dit is ook een diep filosofische vraag. Ik ga daar niet te ver op ingaan en mij beperken op het meest populistische antwoord: om te werken. Als we links moeten geloven, zouden we moeten werken tot de kist. De economie wordt beschreven als boeman, een kwaadaardige kracht die ons wilt vernietigen. Men heeft een punt. Alles wordt beschreven in economische termen. De markt staat centraal en sluipt als een gif in de maatschappij. Men heeft dit zelfs een nieuwe term gegeven: marktisme.

We vergeten evenwel: waarom bestaat er een economie? Economie is al oeroud. Economie is ontstaan wanneer mensen met elkaar begonnen handelen. Eerst werden gebruiksvoorwerpen geruild. Nadien werden gouden munten gebruikt. Elk voorwerp heeft een waarde die uitgedrukt wordt in een aantal munten. Nadien kwam het briefgeld. Vandaag is de economie duizelingwekkend complex: aandelen, dividenden, beleggingen, verzekeringen, ...

Terug naar de essentie, waarom handelt men? Omdat een medemens een voorwerp heeft die jij kan gebruiken. Niets is gratis en je moet iets teruggeven. Geld dient enkel als betalingsmiddel. Economie heeft niet als doel geld te creëren. Nee, die geldcreatie moet vertaald worden in overleving, welvaart en geluk.

Het loon dat iedereen krijgt wordt gespendeerd aan voedsel, kleren, een dak boven je hoofd of kinderen. Je kan er als midlifecrisisser een motor mee kopen of een wellness weekend met je partner boeken. Elke goederen en diensten dat je voorziet voor de basisvoorwaarden van het leven, kost geld.

Moeder, waarom werken wij?

Dus, geld is de sleutel tot het succes. Hoe kom je aan geld? Door te werken. Door werk heb je een inkomen. Een inkom vertaalt zich in een huis, eten, kleren, ... Het liedje is gekend.

Weinig onder ons kunnen werken puur voor het geld. Geld alleen maakt men niet gelukkig. Je moet ook toffe collega's hebben, elke dag uitgedaagd worden, kunnen promoveren en evolueren maar het belangrijkste van allemaal is dat je werk voldoening met zich meebrengt. Voldoening haalt men door gepassioneerd zijn in wat men doet, zin geeft aan je leven, een gevoel geven van "ik ben onderdeel van iets groters" en dat men een bijdrage levert aan de maatschappij en de toekomst.

Moeder, waarom kiezen wij?

Keuzevrijheid is een belangrijk goed in deze maatschappij. Men is vrij te kiezen wat het hart begeert. Die liberale zienswijze is verankerd in ons denken. Jongeren mogen kiezen welke richting ze volgen in het middelbaar onderwijs. Studenten kiezen hun opleiding. Wijzelf hebben volledige controle over wat we doen en laten.

Dit recht is zo alomtegenwoordig dat men niet nadenkt over de gevolgen. Keuzes hebben gevolgen. Kiezen betekent verantwoorden. De keuze die men maakt, bepaalt de toekomst. Elke oudere vraagt zichzelf wel ooit af: wat als ik dit of dat had gedaan? Hoe was mijn leven geweest? Dit is zowel in positieve als in negatieve zin.

Keuzes zijn breder, want de gevolgen hebben een effect op de maatschappij. In een maatschappij als onze is er veel solidariteit. Er is een overheid die veel middelen neemt en herverdeelt. Wij betalen de sociale zekerheid omdat de onfortuinlijke ook recht op een gelukkig leven heeft.Wij helpen mensen in nood: mensen met een beperking, zieken, ouderen, kinderen, werklozen en asielzoekers.

Deze maatschappij is nu kritisch geworden. De verscheidene vormen van profiteren heeft diepe wonden geslagen. Werklozen en asielzoekers zijn kop van jut. Terecht of onterecht, ik laat dit nu in het midden. De maatschappij pikt het niet meer dat het belastinggeld verkwist wordt.

Dit is een typische clash tussen collectivisme en individualisme. Welk belang primeert: het individu of de gemeenschap?

Conclusie: moeder, waarom filosoferen wij?

De discussie van filosofie is één van die clashen. Zoals ik al zei, studeren is investeren. De student investeert in zijn ontwikkeling. De gemeenschap investeert in de student voor zijn latere bijdrage. Normaal zijn deze twee perfect combineerbaar. Soms is er toch een belangenconflict. Politieke ideologie bepaalt de uitkomst. De individualist vindt zijn eigen ontwikkeling belangrijker dan de kosten voor de maatschappij. De collectivist vindt de kost van de maatschappij te hoog en de student zou in zijn keuzevrijheid beperkt moeten worden.

Filosofen zouden rekening moeten houden met dit politiek gegeven. Ze moeten de balans terugvinden tussen hun individuele ontwikkeling en collectieve bijdrage. Het vitten op de economisering van het onderwijs ontwijkt de echte discussie.

Het is aan de filosofen om te filosoferen wat zij kunnen bijdrage aan de reële economie. Ook zij moeten een job hebben, geld bijdragen aan de regering zodat de volgende generatie kan studeren.

Elke student, incluis mezelf, worstelt met deze vraag. Wat moet ik gaan studeren? Studeer ik de dingen die ik graag doe? Of studeer ik datgene dat mij een job oplevert? Het is moeilijk om beide te combineren en geen van beide is optimaal. Leven is kiezen.
0