Werkbond legt generatieconflict bloot

Het kan verkeren. Vroeger waren het vooral jongeren die op de barricaden sprongen om te betogen tegen asociale regeringen. Nu zijn het jongeren die de regering steunen. Wat is er aan de hand?

Progressief en conservatief anno 2014

Jongeren worden aanzien als eerder progressief. Ze zijn jong, onbezonnen en willen de wereld veranderen. Ouderen zijn conservatief; star en realistisch. Dit is nu niet anders.

De huidige vakbonden zijn een grijze bedoeling. Zij ook ondervinden de vergrijzing. Ze scoren op dingen als de pensioenleeftijdsverhoging, maatregelen die de oude garde eerst voelt. Het zijn de babyboomers en mei-68 mannen en vrouwen die de plak zwaaien en nu op de barricaden staan. Zij zijn een generatie van grote veranderingen. Onder hun impuls is de wereld gekneden naar hun ideaalbeeld. Dingen als vrijheid en gelijkheid zijn daardoor bon ton en worden als evident beschouwd.

Het lijkt dan ook lachwekkend dat vergrijzende vakbonden deze concepten moeten verdedigen. De vakbonden lijken ook behoudsgezind zijn, conservatief. Vakbonden creëren een angstbeeld: de regering raakt de verworven rechten aan en pas op, de tijd van Daens zal terugkomen. Deze karikaturale en simplistische voorstelling lijkt de meeste Vlamingen niet te smaken. Natuurlijk weten zij ook dat de "progressieve" vakbonden maar een laagje vernis zijn die vooral het eigenbelang nastreeft.

Dit is de doodssteek voor een organisatie die zich progressief noemt. Dit betekent ook dat de termen progressief en conservatief van betekenis aan het veranderen zijn. Er is niets progressief aan het verdedigen van het huidige. De vakbonden kunnen maar geen draagvlak creëren buiten hun leden.

Werkbond

De horror is dan ook dat de echte jongeren hun heil zoeken naar een "vakbond" die wél progressief is. Het recht van staken wordt meer en meer in vraag gesteld, of beter gezegd, de uitoefening ervan. Er is een kentering gaande bij de jeugd. De jeugd is angstig en vreest voor zijn latere leven. Veel geloven niet dat ze het beter gaan hebben. En dan durft een vakbond hun toekomst te hypothekeren door brutale stakingen. Uitlatingen van een vakbondsman dat het recht van werken onderschikt is aan het recht van staken deed de deur dicht. De Werkbond was geboren.

De Werkbond lijkt aan de grieven van de jeugd te beantwoorden. Minimumdienst van het openbaar vervoer is iets dat veel ondersteuning heeft bij de jeugd. Het zijn zij die meest afhankelijk zijn van het openbaar vervoer voor hun school-thuisverkeer. De solo slim staking van de machinisten morgen zet dan ook veel kwaad bloed.

Vijanden

De Werkbond kampt met twee vijanden. Natuurlijk zijn er de externen, de voornamelijk linkse politici en vakbondsleden. Ongetwijfeld zullen zij deze concurrentie weinig op prijs stellen. De twee machtsblokken, ACV en ABVV, zullen de Werkbond bekampen. Ik voorspel dat ze snel als collabo's van de bazen voorgesteld worden (nog zoiets prehistorisch, polariseren tussen werkgevers en werknemers en de klassenstrijd nieuw leven in blazen).

De gevestigde waarden kunnen enkel succesvol zijn als ze die beschuldiging kunnen hardmaken. De Werkbond helpt hun daarbij. Ook al claimen ze dat ze politiek-neutraal zijn, de associatie met de Jong VLD-voorzitter is genoeg om dit te counteren. Het is dan ook het beste dat het nieuwe bestuur zo snel mogelijk gekozen wordt zonder politiekers.

Hype en slagkracht

Een ander gevaar schuilt in dat deze Werkbond een kortstondig iets is. Deze heeft een doel, maar wanneer het doel bereikt is, is deze organisatie overbodig. Ook moeten ze in de gratie komen van de overwegend linkse en vakbondsgezinde media. De vierde macht zal alles proberen om ze als een hype af te schilderen. Wilt de Werkbond zich vasthechten, moet het een duidelijke ideologie hebben en continu die andere stem vertolken in het publiek debat.

Een probleem met ideologie is, welke? Sowieso wordt de Werkbond in het links-rechts keurslief gedwongen en moeten zij kleur bekennen. Het is nog moeilijker om als alternatief van de vakbonden te stellen. Deze verdedigen belangen van hun werknemers/leden. Zij hebben een duidelijk verhaal. De huidige Werkbond is eerder een anti-vakbond zonder eigen verhaal. Zij surft dan ook op het anti-sentiment. Een duidelijke omkadering en ideologie is nodig om deze uit te bouwen tot een alternatieve vakbond.

Het belangrijkste dat de Werkbond mist is slagkracht. Er bestaat nog geen manier om de vakbonden legaal te bestrijden. Een vakbond heeft het makkelijk, is er iets dat hen niet zint, leggen zij het werk neer. Een werkbond die de niet-stakers vertegenwoordigt is tandeloos, het heeft geen wapens.

De Werkbond kan mogelijk gaan betogen. De jeugd van nu is niet een betogerstype zoals de babyboomers in hun tijd. De jeugd verkiest de sociale media, om veilig in hun zetel druk uit te oefenen. Betogen is dan ook iets ouderwets.

Maar misschien heb ik het mis en zijn er nog tijgers onder de jeugd die zich fysiek van zich willen laten horen. Het risico bestaat erin voor represailles. Afhankelijk van bedrijf tot bedrijf, de vakbond kan sterk geworteld zijn in het management. Mandatarissen zijn keizers die zich allerhande excessen kunnen permitteren. Ongetwijfeld zijn velen niet zo democratisch en tolerant tegenover andere meningen en zullen ze de werkbonders het leven zuur maken. De regering zal dan ook veel te laat komen met beschermende statuten.

Conclusie

De Werkbond legt een generatiekloof bloot: babyboomers die een goed leven hebben geleid staan lijnrecht tegenover de jeugd die de factuur krijgt. De oudere generatie wilt niet de verantwoordelijkheid opnemen en rebelleert tegen diegene die niet de factuur willen doorschuiven. De jongeren slagen terug met de Werkbond. Het is nog af te wachten of deze een blijver is of een momentopname.



0