Fetisj van de ongelijkheid, waarom?

Men slaat u om de oren, ongelijkheid hier en ongelijkheid daar. Bijna goddelijk wordt Pikkety verafgood door links. Back to reality!

Ongelijkheid is genuanceerd

Het meest recent staaltje van "kaakslagsocialisme" is dit opiniestuk op deredactie.be. Het is toch zo erg meneer/mevrouw, de ongelijkheid stijgt! Meer vermogende bezitten meer van de globale rijkdom! We moeten daar toch iets tegen doen!

Ongelijkheid is op zich geen sociale parameter. Ongelijkheid is ongelijkheid, het geeft aan dat er een verschil bestaat. De emotionele boodschap dat eraan wordt gegeven is puur politiek. Het meer genuanceerde beeld is dat iedereen vooruit gaat: meer mensen zijn de armoede ontvlucht:
Bron
Links voert dus een vuil gevecht. Ongelijkheid an sich is geen probleem, zolang het niet ten koste van de minderbedeelden is. Zelfs al zou 0,001% van de Vlamingen 99% van het vermogen bezitten, zolang die 99.999% een gelukkig leven zonder armoede hebben is dit ok.

Zelfs de rode VRT moest toegeven dat er een discrepantie is. Voor Kerstmis berichtte men dat ondanks ViA dat de armoede steeg in VlaanderenVoor Wallonië en Brussel is het al jaren huilen met de pet op. Maar volgens de berekening van de Gini-coëfficiënt is de ongelijkheid in België klein. In 2011 was deze 0,26 (onze buurlanden hadden een veel grotere coëfficiënt). Van 1985-2011 is deze met 0,004 gestegen, verwaarloosbaar klein. En toch is qua armoede er nog veel werk aan de winkel.

Dit verbrijzelt het mantra van links: zelfs met een hoog overheidsbeslag en kleine ongelijkheid is er nog steeds armoede. Ongelijkheid is op zich een slechte manier om de armoede te meten en is ook irrelevant om armoede te bestrijden.

Klassen bestaan, get over it

Voor links is het niet mogelijk om dit te accepteren en blijven ze volharden in de ongelijkheidsmantra. Links wordt gedomineerd door afgunst en frustratie. Afgunst dat er überhaupt mensen bestaan die meer hebben dan anderen. Frustratie dat armoede nog steeds bestaat. Dit past in de 19de eeuwse klassenstrijd beschreven door Marx waarvan de meeste linkse adepten aanhangers van zijn.

Klassenstrijd is per definitie het polariseren van de maatschappij op basis van inkomen. Waarom zou men kwaad moeten zijn dat er mensen zijn die meer bezitten? Is meer bezitten dan zo slecht? Kaakslagsocialisten zoals Mark Van De Voorde belichamen die afgunst. Rijk zijn is schandalig, ongelijkheid maakt mensen onverschillig en als Mr. Van De Voorde kon beslissen zouden rijken zich moeten verschuilen, gebukt onder een schaamtegevoel omdat ze goed geboerd hebben.
Bij links is de psyche belangrijk, het onbegrip te accepteren dat er zoiets bestaat als lage, midden en hoge klassen, dat op basis van inkomen mensen worden gecategoriseerd. Dit is de realiteit en bestaat zolang dat we in een vrije samenleving leven.

Wat niet goed is, is dat de lage klassen ook armoedig zijn. Dit moet aangepakt worden. Natuurlijk moeten grotere vermogens meehelpen, de sterkste schouders dragen de zwaarste lasten. Totale nivellering is absoluut niet nodig.

Macht van de vermogenden

Wat met de macht? Een links mantra van weg-met-de-rijken is ook gebaseerd op complottheorieën. Er zou een pak gelobbyd worden voor de belangen van de rijken, de overheden zijn slaaf van de rijken, in het kort: Big Brother is stinkend rijk. Dat de rijken een significante impact hebben op de overheid is geweten. Als alle rijken vertrekken uit een land, dan gaat dat zich voelen in investeringen, belastingen, etc.

Dit veronachtzaamd de impact van de niet-rijken. Het zogenaamde middenveld lobbyt actief en open & bloot voor de belangen van hun leden. Geen enkele vakbond of ngo handelt in het belang van iedereen. Met stakingen kunnen ze een heel land gijzelen en dat op de meest botte manier. Lobby's zijn niet op conto te schrijven van één inkomensgroep maar allemaal.

Gelijkheid -> Gelijkwaardigheid

Wat met gelijkwaardigheid en gelijke kansen? Gelijkwaardigheid is een veel beter doel om na te streven dan naar gelijkheid. Dit zijn zaken die tot op een zekere hoogte haalbaar zijn. 

En toch kan absolute gelijkwaardigheid niet afgedwongen worden. Er is juridische gelijkwaardigheid, rijk of arm, niemand ontsnapt aan Vrouwe Justitia. Alleen kan een rijke zich eruit kopen (zekers met witteboordencriminaliteit) of de beste juridische bijstand op de markt verkrijgen. Een arme kan geen deals maken of superadvocaten inhuren. Is dit op te lossen? Nee. Men kan moeilijk de rijke verplichten om een Pro Deo-advocaat te nemen. Deals zijn een moeilijke materie van een moreel standpunt en deze moet dan ook veranderen.

Gelijke kansen dan? Niet helemaal. Een rijkeluiskind zal betere opvolging krijgen dan een arm kind en daardoor beter presteren op school, betere gezondheid hebben, etc. Structurele ongelijkheid is er niet, en dat is het voornaamste.

Conclusie

Ongelijkheid is geen probleem zolang het niet naar beneden is. Armoede en ongelijkheid zijn niet direct met elkaar in verband. Het streven naar meer gelijkheid in inkomen kan beter gestaakt worden. Een veel nobeler doel is om iedereen uit de armoede te trekken, streven naar gelijkwaardigheid en gelijke kansen.


0