De vijfde macht

In een vrije tribune op de nieuwssite Doorbraak werd er brandhout gemaakt van de vierde macht nl. de media. De media wordt door niemand gecontroleerd, misbruikt haar macht om bepaalde opinies te weren en andere opinies zonder schroom te propaganderen. De conclusie luidt dan ook dat het volk de baas is, niet de media en het volk de macht moet herveroveren. Concrete oplossingen worden niet gegeven. Met deze blog wil ik deze lacune oplossen.

De vierde onmacht

De media, we weten dat het er lelijk aan toe kan gaan. Jos Rogiers ontmaskert het commentariaat als pastoors van de linkse kerk: moraliserend en prekend vertellen ze de goegemeente wat ze wel of niet moeten zeggen, denken en doen. Met de vluchtelingencrisis gaat het commentariaat in overdrive: we moeten Merkel volgen (ook als zij Schengen wilt opblazen? Pijnlijk!) en Duchateaus "vol = vol" is niet alleen schandalig maar gênant. Eeckhout wou nog eens goed natrappen door op het maar weinig aantal vind-ik-leuk's te wijzen. De enigste die zich moet schamen is Eeckhout door zo'n laag-bij-de-grondse opmerking. Hij moet dringend leren om zijn emoties onder controle te houden i.p.v. in het rond te slaan als een driftpeuter.

Het toeval wil dat op dezelfde dag op Doorbraak een interview van Wim Van den Eynde wordt besproken die hij heeft gedaan in Nederland. Kort samengevat: Rademakers is een "sock puppet", een sokpop, van sp.a die na-aapt wat Lieten, Vande Lanotte & wijlen Stevaert zeggen.

Hoe is het begonnen? Wim Van den Eynde beschadigde sp.a na zijn boek "De keizer van Oostende" en de Panorama-reportage over de corruptie bij de politiezone HaZoDi. Een tweede reportage vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen haalde de buis niet eens want te compromitterend voor Hilde Claes, dochter van Willy Claes en onderdeel van het Limburgs sp.a-imperium. Rademakers blokkeerde die reportage met alle macht die hij had.

Het was niet de eerste keer dat Rademakers de uitsmijter van Stevaert speelde. Toen hij hoofdredacteur was van Gazet van Antwerpen ontsloeg hij wijlen Roger Van Houtte op commando van Stevaert. Van Houtte deed te positief over het Vlaams Blok en was diegene die het Visa-schandaal aan het licht bracht. Het ontslag brak zijn hart.

Nog een ander voorval, in mei viel Groen het VB aan omtrent homofobie. Chris Janssens van VB klaagde dat hij geen forum kreeg van De Standaard voor weerwoord. Ombudsman Tom Naegels zette de puntjes op de i: ja officieel hanteert De Standaard een cordon médiatique en hij is er als ombudsman niet mee akkoord. De reden waarom zijn hoofdredacteur die nog handhaaft is hier van belang:
"Maar de basisvoorwaarde is dat alle deelnemers respect tonen voor andere meningen. En dat is naar ons gevoel niet het geval bij Vlaams Belang. Hun finaliteit is het om een bepaalde visie uit het debat te bannen. Dus denken we dat wij het debat niet op een integere manier zouden voeden, mochten we hen vrijuit aan het woord laten."
Niet alleen is hier sprake van een karaktermoord (VB is even democratisch als een andere partij), maar het feit dat men het VB op basis van respect voor andere meningen verbant is hilarisch, de linkse media ziet de eigen balk in hun eigen oog niet.

Wat ook opmerkelijk was, was de terloopse opmerking van Naegels:
"Als dat de strategie is [minder-minder-minder web game van Dewinter], fair enough, maar dan hoeft men ook niet verbaasd te zijn als een mainstream krant oordeelt dat die partij zichzelf ermee diskwalificeert."
Een mediakanaal kan en mag geen oordeel vellen over partijen (wat die partijen ook doen) en mag zeker niet partijen diskwalificeren. Daarbij komt het democratie in het gevaar.

Naegels rechtvaardiging van het cordon médiatique is net hetzelfde als de rechtvaardiging van het Beruftsverbot op Wim Van Rooy's boek:
"Mainstream platformen, zoals grote kranten of uitgeverijen, trachten dat ‘potentieel verscheurende’ van het debat te beheersen door de uitersten er uit te weren. (...)  Dat is op zich geen probleem, zolang die extremere opinies elders terecht kunnen, bij kleinere spelers die er dan mee kunnen pronken dat zij wél durven publiceren waar ‘de elite’ zijn ogen voor sluit."
In de Bron (ook zo'n klein krantje waar "uitersten" volgens Naegels terecht kunnen) maakte men brandhout van die kromme redenatie. De notie van uiterste opinies is op zich subjectief, en wie beslist nu wat extreem is of niet? Die bandbreedte waar de lezers van De Standaard zo van houden, heeft hij deze door een enquête of met de natte vinger bepaalt?

Nee, hier duidt Naegels in exacte bewoordingen aan dat er op de redacties een elite paternalistisch beslist wat extreem is of niet, wat de maatschappij potentieel kan verscheuren of niet. Door ongemakkelijke opinies te vermijden vermijdt men het debat. Het debat dat enkel verscheurend werkt voor links, want dan merken ze dat de keizer maar weinig om het lijf heeft. Daarom dat deze opinies naar kleinere, minder gelezen bladen verbannen worden en vooral niet worden opgepikt door andere mediakanalen (behalve uit eigenbelang zoals bv. Maddens' kritiek op N-VA).

Elitarisme bij mediaconcern

Waarom heeft de media zoveel macht? Waarom kan deze politici maken of kraken? Interessante vragen als we een oplossing willen.

De media is maar één van de machtsconcerns in onze maatschappij, maar één van de meest conforme en machtigste. Nergens is de linkse ideologie zo ver verspreid geraakt. Er zijn twee redenen hiervoor: monopolie en kruisbestuiving.

Het mediaconcern is over de jaren alsmaar meer geconcentreerd geraakt in enkele mediabedrijven. Na een groot aantal overnames is heel het Vlaams medialandschap in de handen van Mediahuis, De Persgroep, Sanoma Media Group en Roulart (eigenlijk zou de Vlaamse overheid met VRT ook als onderdeel gezien moeten worden van dit concern). Bij elke overname blijft de eigenheid zogezegd bewaard maar in de praktijk heeft dit wel degelijk weerslag op de kranten.

Tussen de verschillende media(staats)bedrijven is er ook veel kruisbestuiving, bovenstaande Rademakers was eerst hoofdredacteur van de Gazet van Antwerpen, vervolgens De Standaard en nu directeur Informatie bij VRT. Liebeth Imbo was journalist en presentatrice bij VRT en werd hoofdredactrice van De Morgen (alhoewel zij op zich een handpop is van Yves Desmet). Jörgen Oosterwaal, hoofdredacteur van Knack, was eerst hoofdredacteur bij Humo. Kris Hoflack, hoofdredacteur van het VTM-Nieuws komt ook van Humo en de VRT. Isabel Albers, hoofdredactrice van De Tijd was chef politiek van De Standaard.

Deze kruisbestuiving zorgt ook voor ideologische incest. De top van de kranten is een ons-kent-ons cultuur, een ware elite die van de ene toppost naar de andere gaat. Elke keer dat een "nieuwe" hoofdredacteur komt verandert deze de krant ideologisch. Meestal gaat dit vlekkeloos (meeste kranten zijn al links). Bij Knack als laatste rechtse krant viel dit niet mee, het verlinkste door Oosterwaal en twee topcolumnisten weken uit naar De Tijd.

Kortom, een elite heeft de touwtjes in de handen en domineert zo heel het medialandschap. Er is een regelrechte stoelendans bezig waardoor hoofdredacteuren van de ene naar de andere krant gaan. Daardoor kan de media als één geheel worden beschouwd met allen dezelfde ideologie. Deze ideologie is progressief links, anti-Vlaams, anti-rechts en totalitair conformistisch.

Politieke verwevenheid

Wat ook opvallend is aan het mediaconcern dat elke toppositie ingenomen wordt door iemand die op de afdeling politiek werkte of in contact kwam met politici. Isabel Albers was chef politiek, Lisbeth Imbo werkte bij De Ochtend en TerZake. Jörgen Oosterwaal studeerde politieke wetenschapper en bij zijn allereerste blad (Knack en Trends) werkte hij bij de afdeling internationale politiek en bij Humo werkte hij als politieke journalist. Luc Rademakers zijn connectie met de politiek is welbekend. Kris Hoflack startte ook als politiek journalist bij Humo en was verantwoordelijk voor de opinie- en duidingsprogramma's bij de VRT.

De politieke connecties zijn indirecte bewijzen, maar te veel om toeval te zijn. Politieke connecties en de juiste ideologie maken het verschil tussen een functie als chef of hoofdredacteur in het mediaconcern of de vergetelheid. Deze verwevenheid is toegegeven door ex-hoofdredacteur Peter Vandermeersch, die als huidig hoofdredacteur van de NRC naar eigen zeggen de ogen is geopend hoe toxisch de relaties tussen journalisten en politici zijn. Wat in Vlaanderen gebeurt is du jamais vu in Nederland. Wijlen Stevaert kwam hier prominent op de voorgrond, zowel qua etensgebeuren als qua escapades met VRT-journalistes.

Die politieke verwevenheid maakt dat politieke journalisten connecties hebben met vele mandatarissen. Dit betekent dat een gerucht gretig wordt overgenomen door de politieke journalisten. Een recent voorbeeld was "Verbleekt Rood" waar een ongeziene moddercampagne werd gevoerd. Duidelijk was Tobback slachtoffer van een interne afrekening. Kreeg Yves Desmet carte blanche van een paar partijtoppers (al dan niet gevoed door de eigen rancune van Tobbacks verkiezingsnederlaag)? Het was zo gortig, zo overdreven en de haat lag er zo dik op dat zelfs rechts medelijden kreeg.

Dus de ene elite (de media) is nauw verweven met de andere elite (politiek). Beide zijn een ideologische cocktail van jewelste. Als politicus ben je maar veilig zolang je gedekt bent door de partij, indien niet: all betts are off. Als politicus van de verkeerde partij (neem nu N-VA of VB) wordt je afgemaakt door het commentariaat of erger, doodgezwegen.

Organicistisch superorganisme

De vierde macht als de media is een simplificatie van de werkelijkheid. De media is maar één aspect van een waaier aan middenveldorganisaties die ik samen de echte vierde macht noem.

Het is geweten dat België sterk verzuild is. Ja, Jan met de pet houdt zich niet bezig met de ideologie van organisaties. Dit wilt niet zeggen dat de bovenlaag, de personen die de organisaties leiden, de elite, zich daar niet mee bezighouden. Zij zijn de echte vierde macht en zij ontsnappen aan alle controle.

Waarom noemt men de media dan de vierde macht? Het mediaconcern is een redelijk centraal punt in het middenveld en werkt als een filter op alle maatschappelijke input-ouput: de media bepaalt wat relevant is, welke items meer aandacht verdienen en ook welke opinies aan bod komen. In de opinies raken buiten bevriende politici ook bevriende organisaties aan de bak. Vakbonden, kunstenaars, milieuorganisaties, de hele progressieve rimram hebben een streepje voor op andere niet-linkse organisaties. De overleving van het middenveld steunt op de media.

Dit wilt niet zeggen dat alles peis en vree is. In de achterkamertjes is men constant bezig met de machtsevenwichten tussen de zuilen en tussen de concerns (media, partij, vakbond, milieuorganisatie, culturele sector, sociale sector). Vrede wordt afgekocht door belastinggeld: de media heeft belang in dat de perssteun blijft doorgaan, de vakbonden krijgen een riante vergoeding om werkloosheidsuitkeringen uit te betalen, ondernemers krijgen 10 miljard aan bedrijfssteun, boeren krijgen steun van supermarkten (die dat aan de consument doorrekenen), enz. Er is hier dan nog eens een communautair sausje aan.

België is dus eigenlijk een superorganisme met als organen de verschillende concerns. Er is hechte symbiose tussen de concerns. Als brein zijn er de partijen, zij zijn diegene die met hun tentakels van zenuwen heel België sturen. Het hart is de media, zij pompen de levenssap aandacht en propaganda naar heel het superorganisme. De twee benen zijn de vakbonden en de werkgevers, zij ondersteunen het superorganisme zodat deze financieel niet valt. De sociale en culturele sector zijn de twee armen en handen die de zaken manipuleren. Het immuunsysteem zijn de rechters, zij beschermen het superorganisme tegen aanvallen. De ruggengraat zijn de machtsevenwichten, die houdt het superorganisme recht en in balans zodat deze niet ineenzakt.

Dit organicistisch beeld van de maatschappij is tegelijkertijd de basis van het corporatistisch overlegmodel (bv. sociaal overleg in de Groep van Tien) die de maatschappelijke vrede bepaalt. Er is één maar: organicisme en corporatisme beogen de welvaart van de hele samenleving en het algemeen belang. België beoogt het privaat belang van de elite aan het hoofd van de respectievelijke belangengroepen die hun onderlinge vete's uitvechten ten koste van de burger.

De partijen zijn de lijm die alles bij elkaar houden, het brein dat stuurt. Zij zijn als bovenstaande factor bij machte om de meeste invloed uit te oefenen. Politieke benoemingen van gebuisde politici (bv. Groen) in het middenveld (bv. milieuorganisaties) zijn legio. Andersom zijn er pionnen van middenveldorganisaties die in de politiek gaan (ACW/beweging.net en CD&V als strafste voorbeeld). Doordat de concerns bij elkaar gaan rekruteren voor topjobs blijven ze verweven. Een ACWer die een ministerpost krijgt vergeet namelijk nooit aan wie hij/zij dit te danken heeft. Daarbovenop komen nog eens de politieke dynastieën die door hun generatielange netwerken sterk ingebed zijn in het Belgische superorganisme.

België is dus een oligarchie en werkt exact hetzelfde als Rusland. Poetin is als president een stabiliserende factor boven de concerns. Hij blijft aan de macht bij de gratie van de concerns (en dat kan snel aan een einde komen). De concerns kunnen ook bestraft worden door de politiek. De wederzijdse afhankelijkheid zorgt dat het systeem in stand blijft. N-VA kan niets veranderen of moet zijn eigen zuil opstarten met zijn eigen concerns (belgianisering).

Daardoor zijn verkiezingen in dit land één grote show. De krachten die de status-quo verdedigen zijn te sterk om echt verandering te doen brengen in het stemhokje.

Vijfde macht

Deze processen van elitarisme, verzuiling, organicisme en corporatisme zijn onvermijdelijk. Ook de evolutie van democratie naar oligarchie is onvermijdelijk (dat wist socioloog Robert Michels al toen hij de ijzeren wet van de oligarchie formuleerde).

Het heeft weinig zin om naar de politiek te kijken om dit op te lossen (zij zijn onderdeel van het probleem) of zoals sp.a voorstelde, een Volkskamer te installeren. Weeral is dit elitarisme, want een klein deel van de bevolking beslist voor de algehele bevolking maar zonder enige democratische legitimiteit.

De enige manier is dus de bevolking te raadplegen wanneer de elite zaken doet die tegen het algemeen belang gaan. Dit is de voornaamste voorwaarde: een motivering dat iets mogelijks het algemeen belang schaadt. Als tweede voorwaarde moet er een minimaal aantal mensen voor een referendum zijn, voldoende zodat er niet te vaak referenda zijn maar niet zoveel dat dit als dam wordt gebruikt door de elite. 10 000 stemmen lijken mij al voldoende. Mocht er toch meerdere zijn kunnen referenda geconcentreerd worden (bv. 3 vragen op 1 dag).

Van mij mogen die referenda zeer ver gaan. Als De Standaard als beleid VB-opinies weert, dan kan dit door een referendum vernietigd worden. Als de vakbond zo ver op voorhand een staking plant, dan kan deze door een referendum verboden worden. Als de regering de kosten van Arco op de bevolking afwentelt, dan kan een referendum beweging.net dwingen te betalen. Als een ivoren-torenrechter beslist dat Klimaatzaak gelijk heeft, kan een referendum dit ongedaan maken. Als een bank de hele bevolking in een crisis stort, dan moet het volk beslissen of deze gered wordt of niet.

Dit betekent dat het volk kan beslissen in juridische, parlementaire en zelfs private zaken. Er zijn geen limieten wat geraadpleegd kan worden, niets is heilig en de uitkomst is bindend en heeft net zo veel juridische waarde als de uitspraak van een rechter (want voor mij is de stem van het volk het hoogste rechtscollege in een democratie). Het negeren van de uitkomst van het referendum kan niet zonder zware gevolgen.

Er zijn dus zo goed als geen limieten, dat is zeer veel macht. Ik neem ook aan dat de democratie zo volwassen is dat vreselijk voorstellen niet aan de omschrijving "algemeen belang" niet kunnen voldoen, geen 10 000 stemmen krijgt of zelfs aan een meerderheid geraakt. Ik geef het volk dan ook veel vertrouwen dat deze kan beslissen wat juist is.

Conclusie

De oplossing die ik voorstel is radicaal. De draagwijdte kan niet onderschat worden: de vijfde macht, deze van de res publica, dient als controle van de vier andere machten. De vierde macht verbreedde ik van de media tot alle private burgerorganisaties. Die moeten ook onder democratische controle komen omdat zij de samenleving sterk kunnen beïnvloeden.

Ik kan alleen maar herhalen dat dit de enige oplossing is. De vorige oplapwetten om elitarisering, corruptie, belangenvermengingen, enz. tegen te gaan waren ofwel ontoereikend of konden niet voldoende afgedwongen worden. De ijzeren wet van de oligarchie en het proces van elitarisme kan ook niet tegengegaan worden, niet zolang burgers zich gaan organiseren in organisaties en de leiding van de organisaties en het land overlaten aan enkele individuen. Elites kunnen niet aan het algemeen belang denken, er is alleen een verdoken eigenbelang. Een vijfde macht kan hen daartoe dwingen.

0