Wat is de solidariteit van VLinks?

De open brief van VLinks (ik berichtte over deze groep hier) ging niet onopgemerkt voorbij in de media. De linkse vleugel van het Vlaams-nationalisme is hierbij uit de startblokken geschoten. Als rechtse ben ik met hun ideeën natuurlijk niet 100% eens maar ik juich wel dit initiatief toe in naam van de diversiteit en het democratisch debat. Er is wel degelijk een klassiek ideologisch debat nodig over de vluchtelingen tussen links en rechts. Ik gooi maar ineens de kei in de kikkerpoel: wat bedoelt VLinks met solidariteit?

Welke solidariteit?
"Een Vlaanderen waar men niet beschaamd hoeft te zijn om gastvrij, solidair én Vlaming te zijn.", zo eindigt het opiniestuk van VLinks. Er is geen enkel woord dat de afgelopen dagen zo vaak is gevallen, solidariteit. Er is geen asielsolidariteit, Europese solidariteit en Belgische solidariteit. Solidariteit is het nieuwe buzzwoord, een nieuwe deugd voor de linkse kerk. Is dit zo?

Solidariteit is maar recent gekaapt door links. In verre tijden spraken alleen nationalisten over solidariteit. Solidariteit betekende eenheid van een groep mensen die iets gemeenschappelijks delen maar verwaterde tot een gevoel van een-zijn met anderen, saamhorigheid en evolueerde uiteindelijk tot vrij vertaald "gedeelde praktijken die een collectieve verplichting spiegelen om kosten te dragen, om anderen te helpen".

Bizar hoe totaal verschillende betekenissen voor hetzelfde woord in omloop kunnen zijn. Solidariteit is daardoor een begrip die uit de context heel andere dingen kunnen betekenen. Als iemand dan over solidariteit spreekt, wat bedoelt deze persoon daarmee? Wat ik in deze blog ga aantonen is dat er hier een schisma bestaat tussen de linkse en de nationalistische betekenis. Dit heeft impact op VLinks en hoe zij solidariteit gaan invullen.

Intermezzo: solidariteit volgens Durkheim
Durkheim als socioloog is het bekendst inzake onderzoek rond solidariteit. Hij ontwikkelde de concepten van mechanische en organische solidariteit.

Mechanische solidariteit is er in kleine, primitieve samenlevingen die mensen verbindt door familieverbanden en conformisme, waarbij autoriteit en traditie dominante waarden zijn en die sterk religieus is. Organische solidariteit is er in grote, industriële samenlevingen die mensen verbindt door de verdeling van de arbeid en de daaruit voortvloeiende afhankelijkheid, waarbij autonomie en rechtstaat dominante waarden zijn en die sterk seculier is.
 
We zien vandaag dat Durkheim zijn theorie achterhaald is. De verdeling van de arbeid heeft een globaal karakter, boeren in het Zuiden bouwen de gewassen voor de arbeiders in China en de ingenieurs in het Westen. De solidariteit kon niet volgen, want niet alle landen hebben dezelfde waarden.

Omdat het concept van Durkheim niet meer toepasbaar is, hebben ideologen een eigen draai gegeven aan het concept van solidariteit. Dit verklaart waarom links en het nationalisme een eigen betekenis gaven aan solidariteit (met de Babylonische spraakverwarring tot gevolg). Dus nu ga ik de puntjes op de i zetten door beide betekenissen uit te leggen.

Nationalistische solidariteit: verbondenheid door eenheid en gemeenschappelijkheid
 
Nationalisten houden zich bezig met hoe mensen zich kunnen verbinden. Solidariteit kan hier dan ook verwisseld worden met verbondenheid.
Voor nationalisten is de vraag dan ook niet hoe men solidair moet zijn maar juist met wie. Op basis van wat kan men zich verbonden voelen? Wat zijn de gemeenschappelijke gronden? Wat is de eenheid?

Voor nationalisten is dit "simpel": diegene die behoort tot de natie. Er is onenigheid tussen nationalisten over wie dat zijn. Is het etnisch? Cultureel? Burgerlijk? Vaststaat dat solidariteit tussen naties een contradictio in terminis zijn. Er kan geen sprake zijn van Europese solidariteit (ja N-VA!) en internationale solidariteit zonder een Europese natie of globalistische natie.
Tussen regio's binnen een land kan er sprake zijn van solidariteit. Het kan zijn dat twee regio's zo van elkaar divergeren dat solidariteit moeilijk te rechtvaardigen valt. Dan spreekt men van transfers. Dit is exact wat er in België gebeurt.

Solidariteit volgens nationalisme een rationele zaak, het is op basis van plichtbewustzijn en loyaliteitsgevoel tegenover natiegenoten. Daarom is de sociale zekerheid een verplichte zaak, iedereen heeft de plicht om bij te dragen aan de staat zodat deze de solidariteit kan regelen. Het is niet omdat solidariteit een rationele zaak is dat men niet liefdadig of meevoelend kan opstellen. Nationalisten vinden het niet erg dat burgers individueel en vrijwillig aan liefdadigheid doen (liefdadigheid vinden sommigen zelfs een civiele deugd) maar vinden niet dat afgedwongen kan worden voor alle burgers via het staatsapparaat.

Er is ook reciprocerend kantje, van de ontvangers verwacht men dat men de schuld tegenover de gemeenschap terugbetaalt. Profiteurs worden absoluut niet geaccepteerd, er kan dan ook geen solidariteit ermee zijn, wat de situatie van die persoon ook is. Dit is wederom contrasterend met liefdadigheid, van liefdadigheid verwacht men niets terug van de ontvanger (misschien wel een welgemeende merci).

Linkse solidariteit: humanitaire hulpverlening door empathie en liefdadigheid
Voor links is solidariteit eerder een kwestie van zich verbonden voelen met het lot van de minderbedeelden. Solidariteit kan dan ook verwisseld worden met humanitaire hulpverlening.

Die verbondenheid uit zich eerder op emotioneel vlak, het is op basis van empathie. Het is een erge situatie dus men moet (1) empathie tonen en (2) ook iets doen namelijk solidair zijn. Links plaatst een spiegel voor de donor: wat zou hij/zij willen als die in dezelfde situatie zat? Zou hij/zij niet geholpen willen worden?

De gemeenschappelijkheid van links is dus dun: het is puur omdat het over een medemens in nood gaat, onafhankelijk of deze behoort tot hetzelfde land als de donor. Dit creëert dat zij de premisse van nationalisten overslaan: er is geen natie nodig om solidair te zijn. Daarom dat de solidariteit een kosmopolitisch karakter heeft. Wereldburgerschap impliceert solidariteit tegenover iedereen.

Omdat solidariteit zo gevoelsmatig is, wordt solidariteit ook afgedwongen als zijnde herstelbetalingen. Het Westen moet solidair zijn met het Zuiden wegens het kolonialisme en de klimaatverandering. Het Westen moet solidair zijn met de vluchtelingen want de Irakoorlog is hun schuld. De verbondenheid ligt dan ook vaak in het verleden.

Links heeft zijn solidariteit ook gewenteld in een egalitaristisch sausje: van rijken verwacht men solidariteit puur op basis van hun hogere inkomen. De solidariteit volgens links ligt dan ook niet in de gemeenschappelijkheid maar juist de asymmetrie tussen donor en ontvanger. Liefdadigheid is het beste woord dat dit omschrijft (zie ook definitie van liefdadigheid). Daarom dat hogere inkomens meer solidair moeten zijn dan lage inkomens.

Conclusie: wat wilt VLinks?
De linkse solidariteit botst met de nationalistische solidariteit. Links verwijt nationalisten van hardvochtigheid. Nationalisten verwijten links van naïviteit. VLinks zit hier tussen hamer en aambeeld.

VLinks moet nog voor zichzelf uitmaken welke kant zij kiezen. Trekt VLinks de nationalistische kaart, dan moeten ze eisen dat vluchtelingen eerst onderdeel worden van de Vlaamse natie. Als nadeel kan men gastvrijheid of warmte niet gebruiken om hun solidariteit te rechtvaardigen. Trekt VLinks de linkse kaart, dan maakt het niet uit wie de ontvanger is zolang deze in nood is. Als nadeel kan men het paradepaardje van het Vlaams-nationalisme, de transfers, niet afwijzen als zijnde niet-solidair.

VLinks kan ook een compromis zoeken, makkelijk gaat dit niet worden. Er zullen waarschijnlijk incoherenties optreden. Wat denkt VLinks van oikeiosis? Deze visie combineert het kosmopolitisme van links en het nativisme van de nationalisten. Deze laat toe om solidair te zijn met iedereen maar niet in gelijke mate.
0