Het ecologisme is een rechts-conservatieve ideologie (en dit is niet slecht)

In een vorige blog legde ik de problematiek tussen de ecologistische beweging en de rechterzijde uit. Een vertaalde opinie van Brendan O'Neill poneert dat het ecologisme in wezen conservatief is. De toon is duidelijk negatief, terwijl dit hoegenaamd niet zo is. Meer zelfs, dit kan evenwel de basis zijn voor de verzoening van het conservatisme met het ecologisme.

De rechtse wortels van het ecologisme

Wie een beetje ideologie weet, wist dat het ecologisme rechtse wortels had. Ik had al eerder een blog gewijd over de Romantiek, de anti-Verlichtingsbeweging die de ideologieën conservatisme, nationalisme én ecologisme omvatten. De opinie van Brendan O'Neill is voor mij een Captain Obvious. In groene kringen zal men toch ziedend koken. De spiegel die O'Neill voor hen houdt doet vele groenen het angstzweet uitbreken.

O'Neill is correct, ecologisten zijn anti-progressieven. Voorzichtigheid en terughoudendheid zijn sleutelbegrippen in het ecologisme. Ja, het voorzorgsprincipe in de Europese wetteksten is het kind van het conservatief-ecologisme. Dit houdt vele mogelijke oplossingen (zoals GGO's) voor milieuproblemen tegen. Er is ook het feit dat ecologisten niet tegen verandering kunnen (zoals klimaatverandering) en de facto een stationair wereldbeeld op na houden.

O'Neill stelt ook dat ecologisten de natuur niet willen omverwerpen. Ecologisten willen vooral niet dat de mens buiten de planetaire lijntjes kleurt en zeker niet die lijntjes verlegd door technologie. Dat geloof in planetaire grenzen (bedacht door Dhr. Rockström, voor de geïnteresseerden hier een artikel erover in Eos) is de erfgenaam van Malthus, de populatiepessimist die geloofde dat we elk moment in een globale hongersnood konden terechtkomen. Het adagium van de ecologist is nog altijd een heilig respect voor datgene wat natuurlijk is en een walging voor diegene die problemen veroorzaakt.

Volgens de analyse van O'Neill is de boutade van de ecologist als watermeloen (groen vanbuiten, rood vanbinnen) een belediging voor het links-progressieve gedachtegoed.

Ecologisten zijn een karikatuur van zichzelf

Er zullen sceptici zijn die de argumenten van O'Neill betwisten. Komaan, groenen niet progressief, niet donkerrood? Maak dat de kat wijs! Spijtig genoeg heeft de ecologistische beweging mijzelf munitie gegeven om de claims van O'Neill te staven. Daarvoor hoef ik gewoon op de reacties op het ecomodernisme wijzen.

Ik had al voorspeld dat deze geen tegenstem duldde en dat het ecomodernisme dood ging gezwegen worden. Ik kon enkel niet voorzien dat de voortrekkers ervan naar Vlaanderen gingen komen. De reactie door de groenen kon niet lang uitblijven. Oikos, een zogenaamde "onafhankelijke" denktank die het maatschappelijk "debat" wil voeden rond ecologie, schreef een zeer giftige opinie op hun site en in De Standaard. Dirk Holemans schuwt de grote woorden niet: "eco-reactionair", "nieuwe schaapsvacht van big industry" en natuurlijk de dooddoener "neoliberaal". Zijn opinie werd ondertekend door nagenoeg alle Groen-geïnfiltreerde organisaties. Nogal wiedes, Holemans was zelf zeer even voorzitter van Agalev (en jongens, wat een afgang was dat!) en is nu fractievoorzitter van Groen in Gent.

Ecomodernisme probeert wel progressief te zijn zoals de bedenkers van de Verlichting het wilden. De opinie van Holemans is om van te smullen, voor psychologen dan toch. Holemans projecteert nagenoeg al zijn negatieve kwaliteiten op zijn tegenstander. Wie is de echte eco-reactionair? Hij toch die GGO's verwerpt! Wie is de wolf in schaapsvacht? Hij toch die miljoenen subsidies en ngo-geld aan groene industriëlen wil geven! Het kan anders? Forget it! Er is maar plaats voor één groen denkkader, die van zijn partij en diens gelieerde organisaties.

Het moet net lukken dat Holemans op de opinie van O'Neill heeft gereageerd. De essentie van de opinie wordt angstvallig vermeden (want dan zou Holemans met roodgroene kaken staan), Holemans heeft geen tegenbewijs geleverd dat hij zelf niet oerconservatief is. Nee, hij gaat enkel een paar claims van O'Neill weerleggen. "Waarom ontkent iemand dat er grenzen zijn aan wat onze planeet kan verdragen?" stelt Holemans als retorische vraag (ervan uitgaand dat zijn lezer hem gelijk geeft) en wappert hij met het gezagsargument "bijna iedereen in de wereld is het over eens dat er grenzen zijn". Ik verwijs naar het recent artikel van Eos over planetaire grenzen:
"Zelf zegt hij [Rockström, de bedenker van planetaire grenzen] graag dat het wetenschappelijk bewijs voor de planetaire grenzen onomstotelijk is, maar de academische wereld denkt daar anders over."
Wat volgt is een waslijst aan kritische opmerkingen die gepubliceerd werden in het gerenommeerd vaktijdschrift Nature. Holemans mag dan wel zwaaien met het Pentagon, zij komen nog niet aan de enkels van de echte autoriteiten. Planetaire grenzen zijn een simplistisch iets, klinkt politiek mooi maar zijn niet echt bruikbaar voor academici. Het zijn vooral alarmisten die dit gebruiken en de Rockström-criticus DeFries stelt:
"Het aanwijzen van harde grenzen kan averechts werken. Het kan schade toebrengen aan de milieubeweging. We verliezen namelijk onze effectiviteit als we altijd op het doemscenario blijven zitten."
Wat weeral bewezen is door de opinie van Holemans. Het overige van Holemans' opinie is een lange lijst van ad hominems, verdachtmaking en andere misleidende drogredenen. Intellectueel is het een zeer mager beestje en voor de rest niet waard te weerleggen, ik hoop dat het ten minste therapeutisch heeft gewerkt voor Holemans. Hij heeft zijn frustraties kunnen ventileren en weeral zijn projecterende zelf kunnen zijn.

Deze continue projectie van de eigen tekortkomingen op de andere, het eigen verraad tegenover de groene idealen, maakt dat de traditionele ecologisten een karikatuur van zichzelf zijn geworden. Nordhaus en Blomqvist stellen terecht dat milieuactivisten niet echt begaan zijn met het milieu. De groene keizer heeft niet veel kleren om het lijf, ecomodernisten laten hem met de billen bloot staan.

Ecologisme is wel progressief

Desondanks ben ik niet volledig eens met O'Neill. Ecologisten zijn progressief en conservatief tegelijkertijd. Deze rare combinatie maakt hen ideologisch onstabiel en manisch, wat dan ook een paar vreemde kronkels verklaart.

Ik ben het bijvoorbeeld niet eens met O'Neill zijn analyse dat ecologisten de natuur niet willen omverwerpen. Het discours van de klimaatproblematiek is wat ik "neoantropocentrisme" noemde. Ecologisten vinden inderdaad niet dat de natuur moet gedomineerd worden, maar ze stellen de mens nog altijd centraal door deze de oorzaak van alles te noemen én dus als de redder van alles. De mens is daardoor ook schuldig voor zaken die hij niet eens heeft gedaan. Ecologisten zitten dus nog altijd vast in een verlicht antropocentrisch mensbeeld vermengd met het christelijk geïnspireerd ethisch-conservatief concept van de erfzonde. De inherente slechtheid van de mens tegenover het milieu doet de progressief-conservatieve ecologist wentelen in zelfkastijding en boetedoening. Verlossing kan enkel door vasten en geheel onthouding (zoals veganisme). Zoals O'Neill opmerkte is het concept van het "ont-ontwikkelen" ingang aan het vinden bij radicale ecologisten, als een ultieme vorm van zelfdestructie.

Ik ben het ook niet eens met de terughoudendheid van de ecologisten. Ja, het voorzorgsprincipe is van groene makelij, maar dit geldt enkel voor de zaken die ecologisten als schadelijk ervaren. GGO's worden geblokkeerd, ook al zijn deze wetenschappelijk goedgekeurd. Andere, meer dubieuzer "groene" technieken worden niet in vraag gesteld. De verbranding van biomassa eist 24 000 (!) doden per geproduceerde kilowattuur, dit is de 3de grootste van alle energiebronnen en maar liefst 267 keer meer dan de "überdodelijke" kernenergie. As we speak komt er zo'n doodmaker naar Gent, Bond Beter Leefmilieu protesteert want het te verbranden hout zou maar eens van niet-duurzame bronnen komen. De productie van kankerverwekkende fijn stof (de incarnatie van de duivel in Antwerpen) wordt hier onder de mat geveegd.

Als het gaat over oplossingen voor de ecologische crisis zijn ecologisten extreem progressief en radicaallinks (zie mijn reactie onderaan deze blog): de hele maatschappij moet op de schop, de sociale constructen moeten radicaal veranderen, de overheid moet interveniëren en sturen door belastingen, subsidies en het opstellen van planeconomische doelen (bv. Kyoto-protocol), zelfs sociale controle en moralisme mag gebruikt worden (nog een restant van hun christelijk ethisch-conservatief mensbeeld). Dit is allemaal in een diep rood-revolutionair sausje, want het apocaholisme laat geen graduele verandering toe noch enige terughoudendheid voor het bewaren van de sociale welvaart (conservatieven zijn hier voorstander van).

Voor niet-ecologische zaken (zoals socio-cultureel en economische zaken) zijn ecologisten extreem progressief: sociaal rechtvaardigheid is het adagium, multiculturaliteit is de enigste samenlevingsvorm en hoe meer minderhedenrechten hoe beter.

Conclusie: ecologisme kan rechts zijn

Het moet nu wel duidelijk zijn hoe ideologisch labiel het huidig ecologisme is. Het is een mengvorm tussen progressivisme en conservatisme dat zorgt voor een kakofonie van inconsistente uitlatingen. Ecomodernisten proberen een consistent progressief-ecologisch verhaal te breien (tot ongenoegen van de eco-schizofrenen). Een ecoconservatieve groepering zou de genadeslag kunnen geven.

Conservatieven hebben een moralistisch wereldbeeld maar moraal mag nooit leiden tot stilstand of achteruitgang (in tegenstelling tot het "ont-ontwikkelen"). Dit geldt eveneens voor de terughoudendheid en graduele verandering, dit is puur voor het behoud van de gemeenschap (in tegenstelling tot de weerstand tegen GGO's en revolutionair karakter van het ecologisme). Conservatieven hebben geen neiging tot antropocentrisme, zij willen niet de menselijke natuur kneden naar een ideaal en het is makkelijk om dit door te trekken naar de gehele natuur.

Alleen wanneer de conservatieven zich uit de loopgravenoorlog begeven, zelf eens reflecteren over hun standpunt en een alternatief formuleren, kan de hegemonie van de huidige ecologisten doorbroken worden. De winnaar kan enkel de natuur zelf zijn, die een waarachtige verdediger krijgt.

0