De conservatieve paradox tussen veiligheid en vrijheid

Ophef in medialand want Bart De Wever heeft gesproken, even voorspelbaar als dat het oersaai is. In politieke komkommertijd moeten de opiniebladen gevuld geraken zeker? Weer raakt de discussie bevuilt door moralisten die meer bezig zijn met de toon dan de inhoud. Het democratisch debat is hiermee gediend. Ik zal dan ook de enige inhoudelijke reactie op Bart De Wever bespreken: de opinie van journalist Joël De Ceulaer (JDC).

"Iedereen mag meedoen, maar op het einde wint Bart De Wever"

Wat deed JDC in de pen kruipen? Dat zijn eigenlijk twee zaken: het voornemen van N-VA om vrije meningsuiting in te perken voor sympathieën met terroristen en de uitspraak van Bart De Wever om IS-sympathisanten te vergelijken met nazi-collaborateurs. Bart De Wever reageert met een opinie, herhalend dat we momenteel in een oorlog geven en dat we moeten bereid zijn om te vechten voor onze idealen. Hij legt weeral zijn idee van een 'Patriot Act' op tafel.

JDC is absoluut geen dom man. De reactie van Open VLD op de voorstellen van N-VA is gedoemd om achterhaald te zijn. Zoals JDC het motto van het Duitse Mannschaft parafraseerde: "iedereen mag meedoen, maar op het einde wint Bart De Wever". Correct stelde hij de spagaat bij de liberalen vast: vasthouden aan de negationismewet en tegelijkertijd verheerlijken van terrorisme verdedigen. JDC weet ook wel dat het eerste niet gaat afschaft worden en Open VLD dus ooit door de knieën gaat gaan. Terecht stelt hij dat aan de andere kant van de taalgrens de geesten al aan het rijpen zijn.

Het is dus een kwestie van tijd voordat Bart De Wever gelijk krijgt.

McCartyisme

JDC kon op een klassiek-liberale manier De Wever counteren. Hij kon refereren naar John Stuart Mill, een voorvechter van absolute vrije meningsuiting. Inperking ervan maakt de waarheid tot een dood dogma. Inperking kan enkel volgens het 'harm principe' en dus enkel meningen die leiden tot geweld. Omdat noch negationisme, noch sympathieën voor terreur hoeven te leiden tot geweld is de inperking ervan ongeoorloofd. JDC kon dus ijveren om alle grendels te verwijderen.

Maar nee, dat is niet wat JDC deed. Hij begreep de redeneerwijze van N-VA, hun "bezorgdheid is terecht en de vraag is legitiem". "Het voorstel is aantrekkelijk", zegt JDC, "maar we moeten het verwerpen".

Hij beroept zich zorgvuldig op het argument van het hellend vlak. Wat als het folterverbod wordt opgegeven voor IS-terroristen? Nu, ik zie niet direct de relatie tussen de twee aspecten. Als er al een hellend vlak is, dan is het voor McCarthyisme. Deze senator ontketende een ware heksenjacht op zogenaamde communisten en strooide beschuldigen van verraad in het rond.

JDC slaat hier de bal serieus mis en ik kan mij moeilijk indenken dat JDC dit historisch feit was vergeten. Eerder lijkt mij het een poging tot het moreel in diskrediet brengen van dit N-VA voorstel. "Pas op, als vrije meningsuiting valt dan ook andere mensenrechten!" Dit is dus weer een voorbeeld van het gebruik van het hellend vlak als drogreden.

Conservatief fallibilisme...

De andere reden is veel interessanter en het ontwaart dat ook links-liberale, vrijzinnige denkers niet kunnen ontsnappen aan het conservatisme. Hij stelt wel dat hij twee andere redenen heeft maar deze is één en dezelfde.

JDC is bang, bang voor de macht van de staat, bang voor de politici die de staat controleren. Politici kunnen zich niet beheersen en hij quot incidenten met N-VA politici die (volgens hem) vilein kunnen reageren op critici. Wat als zulke emotionele personen hun macht misbruiken? Wat als zij andere vormen van terreursympathieën (JDC, slim dat hij is, refereert naar Vlaams-nationalist Bart Maddens) gaan bestraffen?

In wezen grijpt JDC terug naar de conservatieve traditie van wantrouwen tegenover de staat. Conservatieven wantrouwen de staat voor diens rationalistische benadering van de samenleving en het liberale geloof in de maakbaarheid van de mens. Conservatieven geloven juist in empirisme en fallibilisme, dat mensen fouten maken en dat prudentia (dé conservatieve deugd) de leidraad moet zijn. Conservatieven geloven ook vaak in een Hobbesiaans mensbeeld, in wat Steven Pinker een "tragisch beeld van de menselijke natuur" noemde:
In the Tragic Vision, humans are inherently limited in knowledge, wisdom, and virtue, and all social arrangements must acknowledge those limits. "Mortal things suit mortals best," wrote Pindar; "from the crooked timber of humanity no truly straight thing can be made," wrote Kant. The Tragic Vision is associated with Hobbes, Burke, Smith, Alexander Hamilton, James Madison, the jurist Oliver Wendell Holmes Jr., the economists Friedrich Hayek and Milton Friedman, the philosophers Isaiah Berlin and Karl Popper, and the legal scholar Richard Posner.
In dit tragisch mensbeeld, de mens is impulsief en in extremis neigt naar het kwade. Moralisme dient de mens in te tomen en om te wijzen op diens inherent zondige/beestige kern. "Leiders kunnen zich niet beheersen", aldus JDC.

Omdat individuele mensen feilbaar zijn, zo ook de staat die ze hebben opgebouwd. De staat dient dan ook ingetoomd, beperkt worden. Conservatisme en republicanisme zijn hier twee handen op één buik en omhelzen beide de rule of law, checks and balances en de trias politica. De constitution is in Amerika heilig en waarborgt buiten de absolute vrije mening ook vrij wapenbezit, de republikeinen wantrouwen de staat zo hard dat ze deze geen geweldsmonopolie geeft.

JDC is, ik herhaal, geen dom man. Hij is zich van bewust, hij zet hiermee de conservatieve N-VA'er een hak. Ofwel is deze conservatieve principes trouw en valt deze de N-VA af ofwel volgt deze de N-VA en verloochent deze Burke & co. Schaakmat!

...of conservatief protectionisme?

Deze schaakmat is maar schijn. Een conservatieve ziet de staat maar voor één reden: het behouden van de sociale orde, het waarborgen van de gerechtigdheid en het beschermen van de samenleving tegen vijanden, binnenlands en buitenlands. Ik zou dit veiligheidsdenken onder de noemer "protectionisme" plaatsten (waarbij de definitie van protectionisme verbreed wordt van louter economisch tot sociaal-cultureel). Zelfs libertaire republikeinen zijn hiermee het eens: de staat mag zover uitgekleed worden maar van politie, justitie en leger blijf je af.

Conservatieven zijn ook patriottisch, zij houden van de natie, zijn burgers en zijn tradities. Conservatieven verwachten een zekere graad van conformisme tegenover de natie. Zij verwachten ook loyaliteit tegenover de staat om ten allen tijden de natie te beschermen en te verdedigen. Verraad en subversie zijn uit den boze. Een sterk leger is een must. Patriottisme zit als een kuiken in het protectionistische ei.

Conservatieven dienen af te wegen wat het meeste gewicht in de schaal heeft: hun wantrouwen in de staat of de staat als behoeder van de natie. Traditioneel heeft het laatste gewonnen met zaken als de Patriot Act en Guantanamo.

Het dilemma geschetst hierboven hoeft dus niet uit te komen. Men kan perfect ijveren voor het aanpakken van collaborateurs, het vergroten van de politionele macht en het inperken van de vrijheid van meningsuiting zonder het etiket "conservatief" te verliezen.

Noodzaak tot discriminatie

Wat de objectie van Maddens betreft, deze is ook terecht. Maar laten we ook niet naïef zijn: het is niet de PKK of de ETA die vandaag de vijand is van onze samenleving.

Conservatieven zijn misschien de enige die niet in de egalitaire val trappen van links-liberalen. Wie de vijand van onze samenleving wilt aanpakken moet durven te onderscheiden wie dat wel of niet is. Of in een deftige maar gecompromitteerde term te zeggen: durven te discrimineren.

Niet alle terreurorganisaties zijn hetzelfde. IS pleegt frequent niemand ontziende aanslagen en roept sympathisanten op overal en op welke manier dan ook (kalasjnikov, bom, vrachtwagen of bijl) aanslagen te plegen. Sympathie hebben met IS heeft dus zwaardere gevolgen dan sympathie hebben met PKK. Die laatste pleegt maar zeer zelden aanslagen, aanslagen die zich concentreren in Turkije of Turkse doelwitten en wilt niet de Vlaamse samenleving ontwrichten. IS-sympathisanten zijn staatsgevaarlijk, PKK-sympathisanten niet.

Anti-terreurwetten dienen dan ook diegene aan te pakken die effectief een bedreiging vormen voor de sociale orde, hetzij in woord of daad. Anti-terreurwetten dienen discriminatoir te zijn en duidelijk te definiëren wie aangepakt moet worden, prudentia in gedachten. Dat is elementaire rechtvaardigheid en vermindert collateral damage.

Anti-terreurwetten dienen door de tijd gebonden zijn en enkel in oorlogstijd geactiveerd te worden (daar zitten we volgens minister van Veiligheid Jan Jambon al in). In oorlogstijd kan en moet er streng opgetreden voor wie de wet breek. Dura lex, sed lex.

Conclusie

JDC is tegen het voorstel van N-VA om de vrije meningsuiting in te perken in het geval van terreursympathieën. Hij gebruikt hierbij een conservatieve redenering. Slim, maar niet volledig juist. Er is geen spagaat, geen paradox tussen vrijheid en veiligheid. Conservatieven zijn zowel fallibilistisch en wantrouwen de staat maar zijn tegelijkertijd protectionistisch en geven de staat het mandaat de samenleving te beschermen. Vergeet niet, een veilige samenleving is een vrije samenleving. Dat is de conservatieve way of life.
0