LONGREAD Tussen model en werkelijkheid

Politieke ideologieën hebben elk een Weltanschauung, een wereldbeeld, ontwikkelt over hoe de wereld werkt. Met een meer wetenschappelijke term zou men het 'een "ideologisch model" kunnen noemen. Het is als het ware de lens waardoor men de actualiteit bekijkt. Zo ook het huidig fenomeen van de islamisering: onverdoofd slachten, boerkini, terreuraanslagen,... Maar klopt elk model wel? 

Inleiding: Modellen voor beginners

Het lijkt een overbodige vraag: wat is een model? Het zijn eigenlijk meerdere dingen: het is die ongelofelijk mooie dame/heer in de modebladen en parfumreclames, het zijn de rolmodellen in sensibiliseringscampagnes van de overheid, het is die maquette voor een bouwproject en het zijn die ingewikkelde wetenschappelijke modellen die men gebruikt om het weer of de economie te voorspellen.

Elk van deze vier voorbeelden hebben één ding gemeenschappelijk: het zijn representaties van de werkelijkheid. Ik leg de nadruk op representaties omdat modellen niet de werkelijkheid echt voorstellen; die is te complex of te groot om volledig te modelleren. De beste representatie van de werkelijkheid blijft de werkelijkheid zelf.

Mijn vier voorbeelden kan je ruwweg splitsen in twee groepen: de idealistische en de realistische modellen. De eerste twee zijn idealistische modellen, representaties van de werkelijkheid zoals we het zouden willen hebben. Het doel van idealistische modellen is om de werkelijkheid aan te passen aan dit ideaal. De twee laatsten zijn realistische modellen, representaties van de werkelijkheid zoals het momenteel is. Het doel van realistische modellen is om de werkelijkheid van de toekomst te kunnen voorspellen.

Omdat modellen maar representaties zijn, kunnen deze representaties foutief zijn. Het ideaal kan mogelijk nooit behaald worden of de realiteit is niet zoals we dachten dat het was. Een model dient dus in competitie te gaan met anderen om verschillende resultaten ervan te vergelijken. Een model dient gevalideerd te worden met gekende data, door deze toe te passen op het heden of het verleden.

Ideologieën gedragen zich eveneens als modellen van de beide soorten. Ideologieën bestaan zoals eerder gesteld uit drie delen:
  1. Descriptief of analytisch: hoe ziet de wereld er nu uit?
  2. Prescriptief of normatief: hoe zou de wereld eruit moeten zien?
  3. Operationeel: hoe gaan we van (1) naar (2)?
Volgens deze definitie zou conservatisme sensu stricto geen ideologie maar een anti-ideologie zijn, het verwerpt deel 2 en 3. Laten we voor het gemak deel 2 en 3 optioneel maken (enkel voor idealstische ideologieën) en deel 1 de enige voorwaarde nodig (zodat realistische ideologieën zoals conservatisme een volwaardige ideologie kunnen zijn).

In het verdere verloop van deze blog zal ik voor een heel concrete maatschappelijke discussie (namelijk de plaats van religie in de maatschappij, islam in het bijzonder) verscheidene ideologische modellen eerst kaderen en dan toepassen op religies. Als conclusie zou ik willen trekken welk model het meeste aanleunt bij de realiteit (ergo is een realistisch model) en welk model bepaalde opiniemakers juist willen dat de realiteit wordt (ergo is een idealistisch model).

Ideologische modellen

Tot zover de inleiding. Voor religie is het voldoende om de relatie tussen de mens en de groep waarbij deze toebehoord uit te leggen. Het lijkt banaal maar is belangrijk: er is een verschil tussen de groep in zijn totaliteit en het zijn dat men uit het lidmaatschap van die groep onttrekt. Ik zal dus eerst de groepsstructuur bespreken en daarna het zijn.

"Groep" wordt eigenlijk niet gebruikt in het ideologisch taalgebruik, men spreekt over samenleving en maatschappij. Een samenleving wordt gedefinieerd als "een groep mensen die samen een half-gesloten systeem vormen en waarbinnen interactie bestaat tussen de leden die van die groep deel uitmaken" (Wikipedia) . Een samenleving is ruimtelijk of numeriek niet begrensd, het kan zo groot of zo klein zijn als men wenst (het bestaat wel uit minstens twee mensen). Maatschappij wordt als synoniem gezien als samenleving "maar legt meer de nadruk op de institutionele, ordenende aspecten van de samenleving: de staat en de staatsapparaten" (Wikipedia). Een maatschappij is daarom territoriaal en bestuurlijk gebonden. [Fun fact: in het Engels zijn maatschappij (society) en samenleving (community) twee aparte zaken terwijl dat laatste als gemeenschap wordt vertaald en niet synoniem is met samenleving.]

"Het zijn" lijkt een vage bewoording. Wat ik hiermee natuurlijk bedoel is de identiteit die men heeft door toe te behoren aan een maatschappij. Een identiteit is datgene wat iets is. Identiteit in zijn normale betekenis is het zijn van een individu. Groepen daarentegen hebben ook een identiteit. Er is altijd een wisselwerking tussen die twee: individuen ondergaan in hun leven een socialiseringproces waarbij men de identiteit van de groep opneemt om vervolgens deze gedeeltelijk te verwerpen via een rebellieproces. Het eindresultaat is een gemengde identiteit.

Mens en maatschappij

Er zijn vier à vijf grote ideologieën met een duidelijke mens- en maatschappijmodellen: individualisme, personalisme en communitarisme, nationalisme en collectivisme.

Volgens het individualisme zijn individuen de kleinste, ondeelbare eenheid van de maatschappij. Het is het enige politiek relevante niveau, het individu is het centrum van het denken en de enige die rechten, autonomie of agentschap heeft. Daaruit volgt de meritocratie: het lot ligt in de handen van het individu en het individu krijgt wat het heeft verdiend. Individualisten hebben een atomistische, isolationistische visie van de mens. Er is geen wij, in deze mate dat van een samenleving eigenlijk geen sprake is door gebrek aan gemeenschappelijke kenmerken om die samenleving te definiëren. Elk individu is volgens de individualisten zijn eigen groep en conformering of socialisering naar een groep wordt als schadelijk ervaren. Individualisten zijn vaak egalitaristen en universalisten, individuen zijn universeel, zij volgen allen dezelfde regels en zijn gelijkwaardig hierdoor. De vrije markt is voor individualisten meer dan een economisch fenomeen maar ook een sociaal fenomeen; net zoals de handelaar dient het individu rationeel uit eigenbelang te handelen. Individualisten zijn doordrenkt door het voluntaristisch sociaal contract denken van Locke. Niet alleen burger en staat sloten een contract maar ook burgers onderling sluiten (in)formele contracten, waarin interacties tussen burgers worden vastgelegd. De maatschappij van individualisten is een Gesellschaft, een vennootschap waarbij interacties rationeel en vrijwillig zijn vanuit een Kurwille, een beredeneerde keuze (zie blog voor uitgebreide uitleg).

Volgens het personalisme en het communitarisme zijn personen de kleinste eenheid van een maatschappij en is het enige politieke relevante niveau de gemeenschap. Ik zie personalisme en communitarisme als synonieme mens- en maatschappijmodellen omdat zij beiden tot zeer gelijklopende conclusies komen: mensen kunnen niet tot atomaire individuen gereduceerd worden want alleen in interactie met anderen hebben zij betekenis. Communitaristen leggen meer nadruk op de samenleving als dusdanig eerder dan op de persoon zoals de personalisten (maar vereenzelvigen niet de persoon tot de gemeenschap). Beide zien de persoon, gevormd door de interacties met anderen en zijn omgeving, als diegene die rechten, autonomie of agentschap heeft (alhoewel communitaristen iets sceptischer staan tegenover tot volstrekte autonomie en agentschap juist door de omgeving die de persoon overstijgt). Personen die sterk interageren en afhankelijk van elkaar zijn en gemeenschappelijke waarden delen, vormen samen een samenleving. Communitaristen zijn tegenstander van het universalisme en geloven eerder in het particularisme, dat universele regels niet bestaan (sterk) of dat deze gevormd worden door de gemeenschap (zwak). De maatschappij van de communitaristen en de personalisten is een Gemeinschaft, een gemeenschap waarbij interacties affectief-traditioneel zijn vanuit een Wesenwille, een innerlijke wil om samen te leven (zie blog voor uitgebreide uitleg).

Volgens het nationalisme zijn burgers de kleinste eenheid van een maatschappij en is het enige politiek relevante niveau de natie. Terwijl communitarisme eigenlijk geen statelijke of territoriale veronderstellingen heeft, hebben nationalisme dit wel: uit een natie vloeit een staat. Een nationalist maakt geen onderscheid tussen de gemeenschap en de natie, de twee zijn één en dezelfde. Er zijn twee grote types nationalisme: staatsnationalisme en volksnationalisme. Het staatsnationalisme vertrekt vanuit een top-down redenering: de natie is een door de staat kunstmatig gevormde of geprojecteerde staatsgemeenschap en het staatsburgerschap wordt opgelegd door de staat, volkeren worden gehomogeniseerd en uitgewist. Het volksnationalisme vertrekt vanuit een bottom-up redenering: de natie is een door het volk evolutionair-organische volksgemeenschap en het volksburgerschap wordt genetisch overgeërfd (etnisch nationalisme), cultureel gesocialiseerd (cultureel nationalisme) of territoriaal afgebakend (burgerlijk nationalisme) door de volksgemeenschap. De maatschappij van de nationalisten is eveneens een Gemeinschaft maar traditioneel wordt er meer nadruk gelegd op patriottisme voor en conformering naar de natiestaat en -cultuur.

Volgens het collectivisme is er geen kleinste eenheid van de maatschappij en is het enige politiek relevante niveau het collectief. De verscheidene interacties die individuen ondergaan zijn zo coherent en er is zo'n sterke cohesie, dat het irrelevant is om nog te spreken van individuen i.e. individuen zijn de tandwielen van een machine waarbij de machine in zijn geheel wordt benoemd en niet meer de aparte onderdelen. Collectivisme gaat hand in hand met egalitarisme en universalisme, elk individu is hetzelfde en gelijk. Een gevolg is dat onderdelen van het collectief vervangbaar zijn en dat verwacht wordt dat individuen zich opofferen voor het collectief. Individuele rechten, autonomie en agentschap zijn overbodig, er zijn enkel groepsrechten, groepswetten, groepsbelangen en een groepswil. Het collectief beperkt zich in tegenstelling tot het nationalisme niet tot de natie, het is grenzeloos en het beoogt altijd expansie. De maatschappij van de collectivisten is wat ik in een blog definieerde als een "Brüderschaft", een broederschap waarbij interacties gedwongen en onpersoonlijk zijn via een paternalistische staat die de Volkswille uitvoert (zie voor meer uitleg de gelinkte blog).

Deze vier à vijf ideologieën bevinden zich in een spectrum van rechts naar links, met twee uitersten (individualisme en collectivisme) en één middenpositie (personalisme/communitarisme en de variant nationalisme). Ongetwijfeld is de realiteit complexer en niet zwart-wit, ongetwijfeld zullen er niet eens zijn met de karakterisering of positionering van de ideologieën. Mogelijk kan het personalisme en het nationalisme als tussenpositie tussen de uitersten en het midden (communitarisme) opgevat worden. De bedoeling was voornamelijk de verscheidenheid van opvattingen rond mens en maatschappij te kaderen.

De twee uitersten zijn overduidelijk idealistische modellen; naar het midden toe nemen de ideologische modellen een realistisch karakter aan. Dit komt door het enerzijds-anderzijds karakter, gematigdheid resulteert vaak in realisme.

Maatschappij en identiteit

Afhankelijk van het maatschappijmodel onttrekt elke mens een andere identiteit. Elk van de vijf maatschappijmodellen heeft een andere focus omtrent identiteit: de individualiteit, de personaliteit, de nationaliteit en de collectiviteit.

Volgens het individualisme is identiteit voornamelijk de individualiteit. Een individualiteit is hoogstpersoonlijk; niemand deelt dezelfde identiteit. Bij een individualiteit staat de atomaire ik centraal. Het is per definitie gelaagd en wordt voorgesteld als olympische cirkels die in elkaar gehaakt zijn. Zoals bijvoorbeeld Ama Koranteng-Kumi stelt wordt het categoriseren van mensen in bepaalde groepen dan door de individualist ervaart als verstikkend, verplichtend en uiteindelijk onrealistisch. Identiteit is een marktgebeuren: men shopt als het ware tussen de verschillende identiteiten, ruilt de ene om voor een andere als het individu er genoeg van heeft. De individualiteit is een concept dat zich expliciet afzondert van anderen of zelfs rebels afzet van anderen. Men is wat de ander niet is.

Volgens het communitarisme en personalisme is identiteit voornamelijk de personaliteit. De personaliteit wordt natuurlijk door de eigen ik bepaald (de persoonlijkheid) maar het wordt ook ontwikkeld door de omgeving: familie, vrienden en de gemeenschap waarin men opgroeit. De identiteit wordt in stoïcijnse traditie voorgesteld als uitdijende concentrische cirkels met afnemende vereenzelviging of oikeiosis. De personaliteit is tweeledig: het gedeelte dat men via opvoeding heteronoom heeft geïnternaliseerd en het gedeelte dat men via rebellie autonoom heeft gekozen. Men is wat men is dankzij de ander.

Volgens het nationalisme is identiteit voornamelijk de nationaliteit. Daarbij bedoel ik niet uw identiteitskaart, dat is enkel maar de tastbare verwerkelijking van de nationaliteit. De nationaliteit is de natie-identiteit in al zijn aspecten: symboliek, normen en waarden. De nationaliteit betekent geen negatie van de personaliteit van het personalisme en het communitarisme, eerder zien nationalisten de natie als de uiterst zinvolle concentrische cirkel. Zij verwerpen het onrealistische karakter van het universalisme en het kosmopolitisme. De nationaliteit heeft een dwingend karakter: het is onmogelijk om in een land te verblijven en niet de nationaliteit te hebben. Integratie en conformering worden geëist van nieuwkomers. De nationaliteit hamert ook op wederkerigheid: omdat de natie (of de staat als vermaatschappelijking) in grote mate het individu beschermt en verzorgt, wordt loyaliteit en schuldaflossing verwacht van diens burgers. Men is wat men is dankzij de natie.

Volgens het collectivisme is identiteit voornamelijk de collectiviteit. De collectiviteit is de totale ontkenning van het individu of het concept van een eigen identiteit. In een collectiviteit is iedereen gelijk en zijn er geen onderscheidende kenmerken tussen individuen. De collectiviteit ontkent concentrische cirkels, die duiden op onwenselijke hiërarchie en ongelijkheid. Er is geen verschil tussen het individu, familieleden of andere leden van de collectiviteit. Er is uiteindelijk ook geen verschil tussen naties, tussen een landgenoot of een andere wereldburger. De collectiviteit is eenzijdig enkel de heteronome internalisatie van de omgeving is er, rebellie ondermijnt de samenhang en dient te worden vermeden. Men is wij.

Tribalisme

Er is eigenlijk een zesde semi-ideologie van de realistische soort. Het is semi omdat het geen volledig uitgewerkt politiek-ideologisch model is maar eerder een antropologisch fenomeen dat wel effect heeft op het mens- en maatschappijmodel dat aanwezig is in het land. Daarom bespreek ik deze apart omdat het ook formeel niet binnen een politiek spectrum valt. Dit model is het tribalisme.

Volgens het tribalisme is de stam, de clan of de etnie voornamelijk de identiteit en de kleinste eenheid in de maatschappij. Het tribalisme is zeer gelijklopend met het communitarisme: de maatschappij is een Gemeinschaft, een gemeenschap waarbij interacties affectief-traditioneel zijn vanuit een Wesenwille, een innerlijke wil om samen te leven. Terwijl het communitarisme op een culturele manier affectieve banden wilt creëren (en nieuwkomers verwelkomt indien zij zich aanpassen aan de cultuur), is de tribalistische gemeenschap juist zeer gesloten want het is gebaseerd op etniciteit of bloedbanden. Het lot ligt in de handen van de stam en men krijgt wat men toekomt op basis van de hiërarchie ("tribalocratie" noemde Eddy Daniëls dat). Het gebeurt ook dat er een "Blut über alles" mentaliteit heerst. Dit maakt de stam meer richting collectivisme evolueert waarbij het individu ondergeschikt wordt aan de stam. Tribalisme gaat ook niet samen met nationalisme omdat voor de tribalist de stam de uiterste cirkel van zijn identiteit beslaat terwijl de natie per definitie groter is. Een conflict tussen nationalisten en tribalisten is dan onvermijdelijk. Traditionele, archaïsche en mensenrechtenschendende praktijken en rituelen gebeuren binnen de stam vaker omdat de rigide stamstructuur progressie weinig toelaat. In het tribalisme is vaak sprake van een schaamtecultuur, waarin de stam bepaalt wat goed of slecht is en via sociale druk schaamte doet oproepen. Zulke schaamtecultuur gaat hand in hand met oubollige opvattingen van familie-eer waarbij alles wat een individu doet afstraalt op de familie en de stam. Bij tribalisme is het niet de staat die formele wetten oplegt en handhaaft maar de straat die informele sociale conventies oplegt en handhaaft.

Tribalisme ontstaat in een multi-etnische staat waarbij de staat of samenleving te zwak of te onsuccesvol is een bindend gemeenschaps- of natieproject uit te dragen en af te dwingen. De multiculturele samenleving van vandaag is de voedingsbodem voor het tribalisme omdat enige vorm van dwingende conformering naar de Leitkultur als onwenselijk wordt beschouwd. Daardoor ondervinden immigranten geen prikkel om te integreren en vallen deze terug op hun tribalistische identiteit van hun land van herkomst. Dit in combinatie met gettovorming is het een recipe for disaster voor interculturele clashes en burgeroorlog, ongetwijfeld met etnische zuivering tot gevolg.

Religieus model

Dan komen we nu aan de essentie van deze blog: welk model stemt het meest overeen met religie, met de islam in het bijzonder?

Laten we als eerste het liberale model van het individualisme nemen dat populair is in het huidig maatschappelijk discours. Tom Garcia poneerde bijvoorbeeld dit: "Religie, ten slotte, is ook persoonlijk. Iedereen bepaalt zelf hoe zeer hij of zij gelooft en hoe hij of zij dat gelooft beleeft." Of Andreas Tirez: "Als iemand vrijwillig kiest voor een bepaalde levensstijl die anderen niet schaadt, dan is er geen enkele reden om geen respect te hebben voor die keuze." Is het echt zo simpel?

Spijtig genoeg eindigt de applicatie van het individualistisch model op religie in een desillusie. Men geraakt vast in het drijfzand van de realiteit. Hun individualistisch model is een idealistisch model dat ze verwarren met de realiteit. Uitspraken zoals Garcia of Tirez kan ik dan alleen weglachen, om Bart De Wever te parafraseren: "Dat geneuzel van die Andreas Tirez? Hang dat op uw waskast vriend, daar zijn we niets mee."

Nee, het communitaristische of meer groepsgerichte modellen zijn meer realistisch. Religie is bij uitstek een transcendentale levensbeschouwing dat andere mensen kan doen bewegen tot groepsvorming, tot het organiseren in aparte structuren en tot verdediging tegen uitwendige gevaren. Religie wordt gepraktiseerd in een geloofsgemeenschap met een religieuze leider of preker als herder en autoriteit. De geloofsgemeenschap dwingt door sociale druk tot conformering. Individuele keuzes zoals bovenstaande individualisten in geloven zijn eerder een uitzondering en nog maar een zeer recente ontwikkeling. De meeste religies geven hiervoor nog maar zeer weinig ruimte.

Zeker in de islam is de groepsdynamiek meer van belang. In de islam is het de traditie om het moslim-zijn te zien als iets aangeboren eerder dan iets aangeleerd of een vrije keuze. In de islam is er dan ook veel onbegrip tot zelfs agressie als iemand de islam verlaat. Ex-moslims houden hun afvalligheid dan ook angstvallig geheim uit vrees voor sociale uitstoting of dood. In zo goed als alle islamitische landen staat er op afvalligheid dan ook de doodstraf.

Dit verklaart ineens waarom moslims "Racist!" roepen tegen islamcritici: kritiek geven op de islam is dan gelijk met kritiek geven op hun afkomst en dus racisme. Hierdoor komt boven water welk model wel overeenkomt met de islam: het tribalisme. Moslim-zijn is een etniciteit, moslims hebben de neiging om zich af te zonderen van en afzetten tegen de ongelovigen. Ze behouden hun traditionele opvattingen overal waar ze komen.

Die opvattingen van de moslimstam zijn niet min: kindhuwelijken, genitale verminking, onverdoofd slachten van dieren, eergerelateerd geweld en homoseksuelen die op gevaar van eigen leven in de kast blijven. Etnische getto's van moslims onttrekken zich meer en meer van de brede samenleving en reguliere ordehandhaving. Ze buiten de zwakke staat uit om de facto situaties te creëren waarbij sharia en niet de wet geldt. Zij doen dit door middel van het macht van het getal. Als je de banlieus in onze steden niet schoonspuit met een Kärcher (dixit Sarkozy), dan kweek je broedhaarden van criminaliteit en extremisme. Vanuit deze banlieus worden geregeld aanvallen georganiseerd op andere etnische groeperingen. De clash of civilizations van Huntington is nog nooit zo dichtbij geweest.

Maar, zal de scepticus opwerpen, de islam is toch geen monolithisch blok? Klopt, er zijn verschillende stromingen die verder worden opgedeeld in nog kleinere stromingen. Tegelijkertijd is dit een illusie. De twee hoofdstromingen in de islam, het soennisme en sjiisme, zijn het oneens wie de opvolger van Mohammed was. Ze zijn het niet oneens met voor het Westen belangrijke zaken: de verwerping van de theocratie, de gelijkwaardigheid van man en vrouw, de tolerantie tegenover andersgeaarden en de vrijheid van gedachte, mening en expressie. Daarover zijn het alle twee eens dat die zaken worden geregeld door de Koran. In de Caïro-verklaring verwierp de OIS alle mensenrechten die niet in overeenstemming zijn met de Koran en leden zijn zowel extreemsoenitische wahabistische Saoedi-Arabië als sjiitische Iran. Voor het Westen kan de islam dus wel als monolithisch blok worden begrepen, net zoals het christendom dat is voor moslims.

Conclusie

Je kan naar ideologieën kijken als modellen, representaties van de werkelijkheid. Er zijn twee types: idealistische en realistische modellen. Het ideologisch model kleurt het beeld van de werkelijkheid.

In het geval van religie is er een dominant model: het individualisme. In het geval van de islam geldt deze absoluut niet, het tribalisme is van toepassing. De islam stelt lidmaatschap van moslims niet voor als een keuze maar als iets aangeboren. De islam praktiseert eeuwenoude immorele tradities en moslims eisen steeds vaker van anderen deze te respecteren.

Individualisten die een hands-off mentaliteit hebben faciliteren het eisenpakket dat de islam de samenleving oplegt. En het zal dat blijven totdat de hele samenleving onderdeel is van de moslimstam.
0