De verliezers van de globalisering (1)

De overwinning van Trump en Brexit zinderen nog altijd na. Commentators hebben deze geprobeerd kapot te analyseren. Er zijn er minder goeie (de grijs gedraaide plaat van latent racisme) maar er zijn ook een paar degelijke. Een van de hypothese is deze van de verliezer. Trumpers en Brexiteers zijn sociaal-economische verliezers. De schuldige is de infiltratie van het kapitalisme in ons denken en doen. Hier volgt deel 1.

Inleiding: een maatschappelijk schisma

Keer op keer werd na analyse van de kiezer gebleken dat er een duidelijk maatschappelijke schisma ontstaan is. The Economist sprak over open en gesloten, ik hou het op patriottisme en globalisme. Die twee tegenpolen hebben elk een andere sociaal-demografisch profiel. De patriottische keuze kreeg steevast de voorkeur van de laagopgeleiden, de ouderen, de arbeiders en het platteland, de globalistische keuze kreeg de voorkeur van de hoogopgeleiden, de jongeren, de rijken en de stad. Dit bleek zowel na de presidentsverkiezingen in Oostenrijk als na de Brexit.

Nog opvallender: het was vooral de linkerzijde die spuugde op deze kiezers. Het is het verdriet van het stervende socialisme, zij die arbeiders altijd hebben verdedigd en nu deze als stank voor dank voor een ander stemmen dan reageren ze als een verongelijkte minnares. Hell has no fury like a left-wing scorned.

Er zijn een paar linksen die wel beseffen wie verantwoordelijk is. Raoul Hedebouw van de radicaallinkse marxistische PVDA wist waar de klepel hangt: Trump is een revolte tegen de elite. Peter Mertens, de partijvoorzitter, heeft de arbeiders nog niet opgegeven. In plaats van met de vinger te wijzen naar de racistische nationalisten, neemt Mertens een bocht: het is de neoliberale elite die de arbeiders in de armen duwt van de racistische nationalisten (het rood bloed kruipt waar het niet kruipen kan). Hedebouw meende dat Bernie Sanders het linkse antwoord op "extreemrechtse" Trump is.

Je kan dit gewoon wegwuiven als de conspiracy thinking van een marginale partij. Liberaal-rechts en de traditionele partijen hebben dit jarenlang gedaan; wat radicaallinks zei was onzin. Er is geen neoliberaal complot. Iedereen heeft gewonnen bij de globalisering. Maar het zou te makkelijk zijn deze analyse simpelweg aan de kant te schuiven. Mertens en Hedebouw hebben wel degelijk een punt.

It's the economy, stupid

Traditionele commentatoren hebben vooral geprobeerd om de hypothese "verliezers van de globalisering" te ontkrachten. Sommige analisten liegen zelfs. Neem nu Dave Sinardet, huispoliticoloog van de VRT en De Tijd. Hij poneerde deze stellingen over Trumpers:
"Zo zitten er [verliezers van de globalisering] ongetwijfeld tussen - en het kan goed zijn dat ze uiteindelijk doorslaggevend waren om Trump aan zijn nipte overwinning te helpen - maar evenzeer versluiert dat het belang van de ‘angry white men (and women)’ in Trumps electoraat."
"Eerste analyses suggereren dat de laagste inkomensklasses meer voor Clinton stemden. Ze suggereren vooral dat inkomen een minder cruciale impact lijkt te hebben op het stemgedrag dan blank of niet blank zijn. Let’s face it: heel wat kiezers kunnen zich best vinden in de nationalistische en racistische kant van Trump."
De New York Times heeft van een aantal kiezersgroepen de verdeling Republikein-Democraat en het verschil tussen 2012 (Obama vs. Romney) en 2016 (Clinton vs. Trump) bepaald.  Deze data vertellen een tegenovergesteld verhaal.

Inderdaad, blanke mannen stemden het vaakst Trump. Maar de reële verschuiving met 2012 is miniem: slechts 5% meer mannen en 1% meer blanken stemden Republikeins. Angry white men? Zij stemmen traditioneel sowieso Republikeins en niet noodzakelijk voor Trump. Zij kunnen dus de doorslag niet hebben gegeven.

Als er bij andere minderheden gekeken worden, slaagt het beeld "racistische blanken vs. minderheden" aan diggelen. Clinton bekoorde de zwarten niet zo hard als Obama en zo stemde 7% meer zwarten Republikeins. De latino's zijn nog opvallender: 8% stemden meer Republikeins zodat 29% latino's in totaal voor Trump stemden. Dat is significant hoog in vergelijking met zijn sterke taal tegen de overwegend latino migranten. Rassenstrijd? Nope.

Is het dan een generatieconflict? Nee, bij 65+ verschoof 4% naar de Democraten terwijl bij 18-29 5% meer Republikeins stemden. Bij de 45-54, de babyboomers, stemden 5% meer Republikeins.

Laten we dan naar inkomen kijken. Bij de inkomensgroep < $ 30 000 stemden inderdaad 53% voor Clinton. Maar Trump wist wel in vergelijking met 2012 14% (!) van die groep te bekoren. Ook de groep $ 30 000 - $ 49 999 ging Trump met 6% stemmen aan de haal. Opvallend: bij de groep $ 100 000 - $ 199 999 stemden 9% meer Democraat.

Bij de onderwijsgroepen bleef de laagste groep (enkel middelbaar) gelijk met 2012 maar Trump kreeg bij de "associate degree" (hbo aan de hogeschool in Nederland en een 7de jaar TSO in Vlaanderen) of bachelor diploma liefst 10% meer stemmen. Vooral blanke bachelors stemden massaal voor Trump (67%, 14% meer dan 2012). Hooggeschoolden stemden vooral Democraat.

Als het ging over pessimisme: 63% van de stemmers die dachten dat hun kinderen slechter gingen hebben, stemde op Trump. 78% van de gezinnen wiens financiële status is achteruit gegaan, stemde op Trump. 65% die vonden dat globalisering jobs kosten, stemde Trump.

Conclusie

Sinardet mag dan wel zeggen dat ras de doorslaggevende factor is en de rest van de mainstream media papegaait dit dan wel na, de cijfers liegen niet. Niet ras maar bij inkomen en scholingsgraad waren de grootste verschuivingen. Vooral laagopgeleide, arme, pessimistische Amerikanen stemden Trump: de verliezers van de globalisering. Radicaalrechts en radicaallinks heeft de Trumpers beter begrepen dan het establishment. Dit wilt niet zeggen dat het "neoliberalisme" de schuldige. Deze term en een alternatieve analyse is voor een volgende blog.
0