Het grootste taboe van de liberale democratie: er is geen vrije wil (4)

In de liberale democratie zijn geen taboes, of zou er geen mogen zijn. De theorie is anders dan de praktijk: er zijn taboes. Maar wat als één zaak taboe is voor iedereen? Dan hebben we een probleem. Zo'n taboe is er over de kern van onze liberale samenleving: de vrije wil. In deze blogreeks betoog ik dat de perceptie van vrije wil door onze samenleving simpelweg fout is.

Inleiding

Tot zover heb ik betoogd dat determinisme (als proces) de enige manier is om de keuzes van mensen te omschrijven. De temmende wil interfereert in dat proces door de poort te openen en te sluiten. Het is een zeer tragische visie van de wil. Ik heb bij het begin van deze blogreeks gesteld dat de waarheid, niet het goed gevoel, telt voor mij.

De laatste existentiële vraag is: kan men een gelukkig en zinvol leven leiden op basis van de tragische visie van de wil? Is de temmende wil compatibel met het humanisme?

De antwoorden zijn natuurlijk ja. Wat zegt dit dan over het humanisme, die zich vereenzelvigt met het liberalisme en liberale doctrines als absolute autonomie en vrije wil?

Conservatief humanisme, het nieuwe humanisme

Het humanisme is al enkele jaren in verval. Het heeft zijn doel bereikt in het Westen: de liberale democratie is een feit, secularisering en ontkerkelijking dendert als een niet te stoppen trein en er was nog nooit zoveel welvaart. An sich hebben de humanisten geen nieuwe inzichten, ze herhalen semi-religieus de inzichten van Verlichtingsprofeten zonder zelfkritiek. De grootste filosofen van de 20ste eeuw (Isaiah Berlin, Karl Popper en John Rawls) bouwden simpelweg verder op hun voorgangers, waarbij ze slechts nuances of lichte koerswijzigingen voorstelden. De consensus is dat de Verlichting een gevestigde waarde is, het eindpunt van alle ideologie (Francis Fukuyama).

Humanisme is dan ook een conservatieve positie geworden die simpelweg zichzelf verdedigd tegen de subversieven langs links (postmoderne relativisten) en religieus-rechts (orthodoxe moslims). Zo krijg je als het gaat over bv. vrouwenrechten bizarre allianties van humanistische links-liberalen als Maarten Boudry en Etienne Vermeersch aan de ene zijde en conservatieven als Tom Van Grieken en Bart De Wever aan de andere zijde. Twisten tussen die twee zijn eerder triviaal van aard en gaan meer over de toon dan de inhoud, waarover zeer grote eensgezindheid is heerst. Hun vijanden zijn uiteindelijk dezelfde.

De conservatieve rechterzijde heeft nagenoeg het humanisme volledig geabsorbeerd. Dat is een logische ontwikkeling: het conservatisme verdedigt het status-quo, wat deze ook mag zijn. Conservatieven begrijpen dat de huidige liberale democratie werkt. Er zijn altijd een paar koppige conservatieven die een terugkeer willen naar lang vervlogen tijden (advocaat Fernand Keuleneer is een goed voorbeeld) maar zij zijn een minderheid. Zulke conservatieven kunnen zich niet handhaven in de taal van de seculieren en zijn voorbestemd om in de marge te opereren, appellerend aan een snel verouderende publiek.

Tegelijkertijd is het humanisme van het pad afgeraakt. Als fellow travellers van de liberalen, apen ze de extreme libertaire praat van de liberalen na. De kern van het humanisme is de bevrijding van de mens van valse waarheden, omdat een vrijzinnig persoon een gelukkigere persoon is. Humanisten hebben een onwrikbaar geloof in het volgen van de waarheid, waarheen dat ook leidt. Er is geen grotere valsere waarheid dan het geloof in de libertaire vrije wil. Zelfs het geloof in God (het traditionele paradepaardje) is daaraan ondergeschikt.

Existentiële crisis

De tragedie van het humanisme is dat ze mensen hebben bevrijd hebben, maar niet noodzakelijk gelukkiger gemaakt. Het westen is nog nooit zo welvarend geweest en worstelt tegelijkertijd met een existentiële crisis. Het humanisme kan de postmodernen wel met de vinger wijzen, zij ondermijnden het zelfvertrouwen en het geloof in de waarheid. Het humanisme kan beter hand in eigen boezem steken: hoe hebben zij met hun orthodox liberalisme bijgedragen in een opbouw van een samenleving? Niets.

Franse socioloog Emile Durkheim voorspelde in 1897 (!) dat het pad van het modernisme zou leiden tot anomie, normloosheid waarbij de samenleving geen enkele morele richtsnoer kon bieden en uiteindelijk ging uiteenrafelen in een Hobbesiaanse natuurstaat van allen-tegen-allen (of in postmoderne termen: identitaire groep tegen identitaire groep). De postmodernen zijn het gevolg van het orthodox-liberale humanisme en vreet die laatste nu op door HIV-gewijs de eigen ideeën tegen de humanisten te keren. Tot nu toe met succes.

Absolute vrijheid van keuze geeft mensen slechts een chaotische soort van betekenis voor menselijke verwarring (10:20), eerder dan een duurzame soort van betekenis voor menselijke bloei. De aarding die mensen nodig hebben, is stelselmatig in naam van de vrijheid weggehaald. Er is keuzestress omdat liberalen niets of niemand willen uitsluiten, of erger, de logische padafhankelijkheid willen doorbreken. Liberalen doen dit door bij elke keuze de klok te resetten. Een goed voorbeeld is de studiekeuze. Logischerwijs zou de middelbare studiekeuze weerslag moeten hebben op de universitaire studiekeuze. Niet dus in Vlaanderen waarin iemand van humane wetenschappen in een natuurwetenschappelijke richting kan inrollen (en natuurlijk keihard faalt).

Humanisten dienen dus het geweer van schouder wisselen en de liberalen afvallen als valse profeten. Echte humanitas is geen ongelimiteerde vrijheid maar beperkende vrijheid, vrijheid niet als doel maar als middel. De persoon beperkt zichzelf door te handelen ten voordele van de samenleving en de samenleving geeft in ruil de persoon de ruimte, de instrumenten om tot zelfexpressie te komen (pluralisme, economische welvaart, lichamelijke integriteit, sociale zekerheid). De samenleving geeft de persoon houvast door een aantal keuzes te beperken, hetzij voor morele, sociale of economische redenen.

De draak van het onbekende

Humanisten dienen zelfs verder te gaan. Humanisten dienen mensen te bevrijden van hun profane, doorsnee mens-zijn en hen occasioneel in een sublieme, transcendente staat te duwen. Die transcendente staat is wanneer men mensen het gevoel krijgt dat ze hun lage, egoïstische staat kunnen overstijgen en daarbij ook metaforisch de huls van hun lichaam afwerpen (zie de TED-talk van psycholoog Jonathan Haidt). Mensen moeten gedoseerd het gevoel hebben dat zij onsterfelijk kunnen worden. Gedoseerd omdat geen enkele mens is gemaakt om continu in deze transcendente staat te leven.

Volgens Carl Jung en zijn volgeling Jordan B. Peterson zit er diep in ons de archetype van de held, die in een grot op leven en dood vecht met de kwaadaardige draak en uiteindelijk triomferend met de jonkvrouw of schat terugkeert naar de gemeenschap. De draak is volgens psycholoog Jordan B. Peterson een symbool voor het onbekende. We leven voornamelijk in het bekende, een comfortzone. Occasioneel biedt het onbekende (of dringt het onbekende zich op) zich aan en komen we op een kruispunt: treden we als een held het onbekende binnen of lopen we ervan weg? Kiezen we voor het goede of laten we het kwaad triomferen?

In de Star Wars serie, dient Luke Skywalker van Yoda een grot binnen te treden. Als hij deze finale test slaagt, mag hij zich een Jedi noemen. In de grot manifesteerde het onbekende zich in de vorm van hemzelf. Het onbekende is voornamelijk onszelf, met al onze kleine kanten, tekortkomingen, angsten, fouten en spijt. Onszelf onder de ogen zien, dat is wat het humanisme zou moeten beogen.

Volgens Edmund Burke is een confrontatie met iets subliems een herinnering aan de nietigheid van onszelf. Uit die confrontatie wordt niet alleen het Kwade in ons ontmaskerd (wat ons tegelijkertijd ook menselijk maakt) maar ook onze zwakheid. Het zet even de voeten op de grond, het maakt ons nederig. Vanuit die positie van nederigheid worden de dagdagelijkse bekommernissen triviaal en kleinburgerlijk. Het maakt het menselijk bestaan opeens oneindig waardevol.

Complexiteit

Het ontmaskeren van valse waarheden dient om ons uit de comfortzone te duwen. Het stelt onwrikbare dogma’s in vraag en dwingt een persoon om de grot van onbekendheid binnen te gaan.

De temmende wil doet dat. Het stelt elke keuze die we maken in vraag. Het doet ons reflecteren in hoeverre we controle hadden op gemaakte keuzes. Het doet ons pijnlijk herinneren aan de fouten die we hebben gemaakt door impulsief te leven. Het maakt ons beschaamd omdat we onszelf wijsmaakten dat we 100% vrij waren. Het verlicht ons omdat we sommige keuzes waar we geen controle hadden, aanvaarden en verder gaan.

Daarom is het essentieel dat humanisme de vrije wil als noodzaak tot een goed leven laat varen. Het doet dat niet. Het geeft mensen een vrijbrief te handelen naar hun impulsen, ongeacht de gevolgen. Het maakt mensen kortzichtig en hoogmoedig over hun eigen kennen en kunnen.

Jordan Peterson formuleert het zo: een keuze is multidimensioneel in tijd en ruimte. De keuze dient het welzijn van de persoon verhogen nu, volgende week, volgend jaar en over meerdere decennia. Dat persoonlijk welzijn dient te verhogen ten opzichte van de partner, familie en de gemeenschap. Hoe kunnen de twee individualistische ethische perspectieven, de plichtenethiek en de gevolgenethiek, ooit die complexiteit omvatten?

Dat doen ze niet. Jonathan Haidt legde in zijn boek The Righteous Mind uit dat WEIRD-mensen (Western, educated, industrialized, rich and democratic) slechts mensen zien als objecten, niet als relaties. De mens heeft meer morele smaakpapillen dan die twee ethische theorieën. De mens heeft er (minstens) zes: Liberty/oppression, Care/harm, Fairness/cheating (als proportionaliteit), Loyalty/betrayal, Authority/subversion en Sanctity/degradation. Liberalen gebruiken slechts de eerste twee smaakpapillen. Zoals Haidt opmerkte, om een Durkheimse gemeenschap te behouden heb je alle zes nodig.

Individu vs. persoon

Er is ook een onwrikbaar geloof in het individu. De aandachtige lezer heeft het misschien gemerkt, maar in deze blogreeks (en de blogs die zullen komen) heb ik het woord "individu" vermeden en in de plaats het woord "persoon" gebruikt. Oppervlakkig lijken die twee woorden synoniemen, maar filosofisch zijn ze dat niet.

Een individu wordt altijd gedefinieerd als iets dat inherent gescheiden is van anderen. Individualisten hameren op de ratio, vrije wil, zelfbeschikking en eigenbelang van dit individu. Individualisten zien vrijheid dan ook als non-inferentie van de staat of de gemeenschap met dit individu. Individualisten vinden dat enkel individuen rechten hebben.

Een persoon in de personalistische traditie wordt altijd binnen een relationeel of communautair kader geplaatst, ergo kan niet gescheiden worden van anderen. De lijn tussen een persoon en de gemeenschap wordt dan wazig door de wederzijdse interacties tussen de persoon en de gemeenschap en de vorming van die twee. Personalisten ijveren niet voor de continue interferentie in de zaken van de persoon, zij vinden dat de persoonlijkheid gerespecteerd mag worden. Zij verschillen van mening met de individualisten dat beslissingen in een vacuum worden genomen, zij erkennen de complexiteit van het bestaan (zoals ik in de vorige sectie heb behandeld).

Individualisten gebruiken als argument tegen interferentie dat individuen het beste weten wat goed voor hen is. Is dat zo? Jordan Peterson weerlegt dit argument: wat als je keuzes pathologisch is? Zou een goede vriend of familielid dan uit respect voor je individuele identiteit deze pathologie moeten valideren? Nee, dit is pure nonsens. Je persoonlijkheid is complex, hoe hoogmoedig kan je zijn te denken dat je altijd weet wat beste voor jou is? Als je omringt bent met goede mensen zullen deze subtiel (of minder subtiel) je hints geven om de slechte aspecten van je persoonlijkheid te counteren. De sociale visie van de individualist is dat van onverschilligheid uit "respect" voor je autonomie.

Het argument is wel gedeeltelijk toepasbaar op overheden, overheden weten in tegenstelling tot je vrienden en familie je niet goed genoeg om een betekenisvolle bijdrage te leveren aan je persoonlijkheid. De rol van de overheid is beperkt tot algemeenheden zoals "roken is slecht" als institutionele hoeder van het algemeen belang van de gemeenschap.

Ik heb bij het uitleggen van het concept van de temmende wil voornamelijk gefocust op hoe sociale druk de keuzevorming beïnvloedt. Die nadruk komt door het individualisme dat de plak zwaait vandaag. Net zoals de personalisten vind ik respect voor de persoonlijkheid belangrijk en ben ik geen voorstander van collectivistisch autoritarisme of social engineering door de overheid. Ik vind alleen het naïef dat mensen denken dat men een keuze kan maken zonder enige externe invloeden.

Instrumenten tot ethische keuzes
 
Elke persoon heeft instrumenten nodig om goede keuzes te maken. Volgens Jordan Peterson is kennis een zeer belangrijk instrument. Er is één maar: elk instrument heeft een beperkt domein van toepassing. Een hamer gebruik je niet om een boom om te hakken, kennis gebruik je niet altijd om keuzes te maken. Soms is filosofie, ideologie of religie een beter instrument om zulke keuzes te maken.

Het hoort bij de phronesis dat men weet welk instrument men gebruikt in welke situatie. In kwesties van geld, is het verstand meer doorslaggevend dan het hart. In kwesties van liefde, is het hart dat vaker gevolgd wordt. Intuïties en ratio hebben elks hun domein waarop ze van toepassing zijn.

Er zijn liberalen die geloven dat de rede het juiste instrument is voor alles. Moraalpsycholoog Jonathan Haidt noemde dit de "rationalist delusion". Liberalen overschatten de menselijke capaciteit van de rede tot het maken van beslissingen. Nochtans is motivated reasoning en confirmation bias twee aspecten van de menselijke natuur die de ratio limiteren. Zij worden gebruikt om a priori assumpties van de wereld te valideren. Een collectie van die assumpties noemen we een wereldbeeld, levensbeschouwing, filosofie, ideologie of religie. Ik zou het simpelweg geloof noemen.

Wat we wel weten is dat als je een groep van personen samen zet, het onwaarschijnlijk is dat ze allemaal hetzelfde geloof hebben. Als we allemaal toegeven dat een allemaal een geloof hebben, niet meer of minder rationeel dan een ander, dan zouden we minder haatdragend zijn tegenover andersdenkenden. Dan hoeven we hoogmoedig niet anderen het zwijgen op te leggen. Uit die botsing van ideeën komen we dichterbij de waarheid, niet door een vals sentiment van "hate speech" te verbieden. Check your privilege? Check your beliefs!

Wetten zijn een tweede belangrijke instrument tot goede keuzes. Wetten zijn de institutionele articulatie van de wil van de gemeenschap (of dienen theoretisch dit te zijn). Wetten hebben als doel orde uit chaos te creëren voor het voortbestaan van de gemeenschap. Wetten zijn altijd een bron van dwang en controle voor personen. Juist daardoor dient men eerder terughoudend zijn bij het maken van wetten. Wetten dienen zo geformuleerd zijn met de achterliggende gedachte: hoe zou een kwaadwillig persoon met deze wetten de hel op aarde creëren?

Vooral modernisten zien wetten niet zo. Zij zien wetten om de hemel op aarde, Utopia, te creëren. Jordan Peterson (29:50-31:05) vergeleek wetten als virussen wiens interne logica zich uitvouwen en het organisme domineren. Indien de filosofische axioma's van de wetten niet deugen, dan heeft dit nare gevolgen. Jordan Peterson maakte deze vergelijking met betrekking tot postmodernisme, maar dit kan evengoed toegepast worden op het liberalisme. Wetten die redeneren vanuit een ideaal van een autonoom individu met een vrije wil, kunnen de gemeenschap verstoren door de transcendente (objectieve) verbindende moraliteit te vernietigen.

Conclusie

Deze blogreeks is begonnen als een kritiek op het liberalisme en het eindigt ook met kritiek op het liberalisme. Liberalisme heeft ontegensprekelijk een nuttige bijdrage geleverd aan de vooruitgang van de mensheid. Dat heeft mensen de indruk gewekt dat het liberalisme ook waar is.

Zoals elke ideologie heeft het liberalisme tekortkomingen. Het heeft ons een foute veronderstelling van de menselijke wil voorgeschoteld. Het heeft hierbij ons menselijk bestaan op een zeer enge, naïeve wijze gedefinieerd. Ik heb dit gecontrasteerd met de rijkere traditie van het personalisme die, naar mijn inzien, de autonomie van de persoon respecteert en mensen ziet als relaties, niet als objecten. Het humanisme, dat menselijkheid centraal stelt, volgt bijna automatisch uit het personalisme.

Het concept van de vrije wil zet aan tot een profaan leven. Mensen hebben juist de mogelijkheid tot een transcendentaal leven, waarbij ze de kleinigheden van het leven van zich afschudden en zichzelf verheffen tot iets hogers. Om als mens te kunnen stijgen, moet men eerst dalen in de grot van het onbekende. Het grootste onbekende is onszelf, de temmende wil helpt ons in de confrontatie met onszelf door ons nederig te maken (terwijl de vrije wil ons hoogmoedig maakt). Instrumenten zoals kennis, geloof (in de brede zin) en wet kunnen ons leiden.
0