Waarin slaagde (en faalde) België?

De afgelopen dagen zijn de Belgisch nationalisten letterlijk en figuurlijk aan het oververhitten. Het succes van de Rode Duivels wordt aangegrepen als bewijs dat België werkt. Als Vlaams-nationalist vind ik dat België voor geen meter werkt. Doch zou ik voor 11 juli de oefening willen doen: waarin is België wel in geslaagd? En hoe komt dat België alsnog faalt?

Inleiding: Gekke Guy

Als de prijs van de meest domme tweet van de week zou worden uitgereikt, zou hij gaan naar Guy Verhofstadt. Zo zei hij op 3 mei dat de België een echt land is omdat ze zouden spelen tegen Engeland. Dit was natuurlijk een steek naar Nigel Farage die had aangedurfd België een non-land te noemen.

Nu, de ironie is dat Engeland geen staat is maar onderdeel van het VK. In het VK is men op sportief vlak verder gevorderd dan België en erkennen ze tenminste dat ze een optelsom zijn van verschillende regio's. Zelfs het eilandje Gibraltar heeft een aparte voetbalploeg die meedoet met het EK.

Het argument is nog absurder als je het toepast op de recente uitschakeling van Spanje door Rusland: dit levert niet het bewijs dat Rusland een democratie is. Hoe Guy Verhofstadt redeneert verbijsterd mij, maar daarom dat hij Gekke Guy wordt genoemd door de noorderburen.

Sammy Mahdi, de jongerenvoorzitter van Jong CD&V, maakte een gelijkaardig argument: "Tegen deze generatie Rode Duivels is geen separatist opgewassen". Een argument uit het ongerijmde, maar het is niet dat de VRT aan kwaliteitscontrole doet bij de publicatie van opinies. Mahdi denkt dat Vlaams-nationalisten afzien. Eerder voelen Vlaams-nationalisten plaatsvervangende schaamte bij deze pathetische voorstelling van voetbalnationalisme.

In surrealistisch België is er zo weinig nationaal eergevoel dat de nationale vlag rücksichtslos wordt gecommercialiseerd door Jupiler. Amerikanen hechten ook veel belang aan McDonalds en Coca-Cola, maar het zou not done zijn om the star and stripes te decoreren met één bedrijfsmerk. Het oprispend Belgisch nationalisme is een farce en vanaf dat de kater van het WK voorbij zal zijn, zal de vlag even snel verdwijnen.

Een klein succes...

Vlaams-nationalisten hebben geen goed woord over voor België. België is als een zombie dat zich blijft voortslepen terwijl het links en rechts ledematen verliest maar halsstarrig weigert de kop neer te leggen.

Is al te veel negativisme niet overdreven? Er moet toch wel iets zijn dat in België wel geslaagd is? Ik heb mijn hersenen gepijnigd. Zoveel dingen gaan fout in dit apenland...

Ik heb toch iets gevonden. Het is iets dat uniek in de wereld is, een juridische uitvinding dat vaak niet geapprecieerd wordt en dat een oplossing kan bieden voor niet alleen landen met gelijkaardige communautaire perikelen maar voor de EU zelf.

Het heet grondgebonden (soms ook wel gebiedsgebonden genoemd) en persoonsgebonden aangelegenheden.

Voor niet-juristen en niet-communautaire hardliners gaat geen belletje rinkelen. Nochtans is dit de basis van België. In België is bij de eerste staatshervorming in 1970 de Vlaams Cultuurraad opgericht. Met de tweede staatshervorming van 1980 zijn er twee parallelle regionale niveaus: de gewesten en de gemeenschappen (omgevormd uit de cultuurraden). De Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen van 1980 legde vast wat de bevoegdheden zijn van de gewesten en de gemeenschappen.

De gewesten zijn bevoegd voor de grondgebonden aangelegenheden. Dit zijn, zoals de naam suggereert, aangelegenheden die voortvloeien uit een bepaald grondgebied:
  1. Ruimtelijke ordening
  2. Leefmilieu en waterbeleid
  3. Landinrichting en natuurbehoud
  4. Huisvesting
  5. Landbouwbeleid en zeevisserij
  6. Economie
  7. Energiebeleid
  8. Ondergeschikte besturen
  9. Tewerkstellingsbeleid
  10. Openbare werken en vervoer
De gewesten zijn bevoegd voor de persoonsgebonden aangelegenheden. Dit zijn, zoals de naam suggereert, aangelegenheden die voortvloeien uit een bepaalde (taal)gemeenschap:
  1. Culturele aangelegenheden
  2. Toerisme
  3. Onderwijs
  4. Gezondheidsbeleid
  5. Bijstand aan personen
  6. Gezinsbijslagen
  7. Justitiehuizen
  8. Het gebruik van talen
Sensu stricto zijn enkel de laatste vier juridisch-technisch gezien persoonsgebonden aangelegenheden, maar de facto horen culturele aangelegenheden, toerisme en onderwijs daar ook onder. Wetenschapsonderzoek en ontwikkelingssamenwerking zijn aangelegenheden die gedeeld worden door het gewest en de gemeenschap.

Waarom is dit revolutionair? De onderverdeling in deze twee categorieën gaven een coherente visie op regionalisering. In andere landen worden bevoegdheden ad hoc doorgegeven, naargelang de lokale omstandigheden. Er zit geen groter plaatje erachter. U vraagt, wij draaien.

In België is dit wel uitgedacht. Dit komt omdat België heterogeen is. Brussel is een stad met zowel Vlamingen als Franstaligen. Daarom moesten de bevoegdheden niet alleen splitsen tussen de federale en de regionale overheid, maar ook tussen regionale overheden onderling. Dit creëerde twee evenwaardige overheden met verschillende toepassingsgebieden. Ik ga deze arrangement voor de gemakkelijkheid polycommunautarisme noemen.

Ook al zijn gemeenschappen niet gedefinieerd op basis van een welbepaald grondgebied, gemeenschappen kunnen niet onbegrensd zijn. Gemeenschappen hebben geen grondgebied maar een toepassingsgebied d.w.z. een gebied waar de gemeenschap historisch aanwezig is en de gemeenschapsregering bevoegdheden kan uitoefenen. Mocht een persoon het toepassingsgebied verlaten, dan volgt hier logischerwijs uit dat deze persoon de rechten en plichten die deze genoot verliest en zich dus dient te schikken naar de rechten en plichten van de andere. In België heet dit het territorialiteitsbeginsel: de woonplaats bepaalt de voertaal. Dit is de positie van de Vlamingen.

Een andere benadering is het personaliteitsbeginsel: de persoon bepaalt de voertaal. Dit betekent dat als een Franstalige Brussel verlaat en zich vestigt in de Vlaamse Rand, deze zijn voertaal kan behouden en de gewestelijke overheid de Franstalige accommodeert (faciliteiten). Dit heet het personaliteitsbeginsel: de persoon bepaalt de voertaal. Deze twee beginselen vloeien voort uit de complexiteit: het toepassingsgebied is strak afgebakend maar grenzen zijn vaak fluïde en politieke arrangementen dienen zich daarmee rekening te houden.

...met een mooi bijproduct...

In het befaamde artikel 35 van de Belgische Grondwet staat:
"De federale overheid is slechts bevoegd voor de aangelegenheden die de Grondwet en de wetten, krachtens de Grondwet zelf uitgevaardigd, haar uitdrukkelijk toekennen. De gemeenschappen of de gewesten zijn, ieder wat hem betreft, bevoegd voor de overige aangelegenheden onder de voorwaarden en op de wijze bepaald door de wet. Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid."
In concreto betekent dat in theorie, alle bevoegdheden uitgaan van de deelstaten en de federale overheid enkel datgene doet dat is gespecificeerd door de grondwet. Eigenlijk zit daarmee het confederalisme al vervat in de grondwet, dat een soort verdrag wordt tussen de gemeenschappen en de gewesten.

Andere landen hebben een piramidale structuur: je hebt een centrale overheid met daaraan ondergeschikt regionale overheden met daaraan ondergeschikt (boven)lokale overheden. Deze structuur is top-down en regionale overheden bestaan slechts bij gratie van de centrale overheid. Met een vingerknip kan, zoals in Spanje, de regionale overheid opzij worden geschoven.

België keert dit op zijn kop. Als artikel 35 uitgevoerd wordt, krijg je een bipiramidale structuur waarbij de regionale overheden zowel het centrale als het (boven)lokale niveau als ondergeschikt niveau heeft. Het zwaartepunt ligt dus bij de regionale overheden en zij beslissen of het federale niveau blijft bestaan.

Ja, volgens de grondwet zijn de deelstaten en de federale staat gelijkwaardig, maar artikel 35 heeft een bottom-up benadering: de deelstaten wijzen aan het federale niveau bevoegdheden toe eerder dan andersom. De federale overheid is niet bij machte om het laken naar zich toe te trekken, meer zelfs, het dient de regionale overheden te smeken om bevoegdheden. Er is in België geen hiërarchie der niveaus, tot onvrede van het buitenland als de deelstaten over iets niet eens geraken.

...dat veel potentieel heeft...

Als je deze twee zaken samenneemt, polycommunautarisme en confederalisme, krijg je een zeer interessante basis voor een complexe staatsstructuur.

Sinds de de Vrede van Westfalen in 1648 hebben we een politiek systeem overgeërfd op basis van het principe van staatssoevereiniteit, ook wel Westfaalse soevereiniteit genoemd. Kort gezegd betekent dit principe dat één welbepaalde staat volledige politieke controle heeft over één welbepaald grondgebied. Elke staat krijgt door het internationaal recht de waarborg van territoriale integriteit: andere staten mogen niet interfereren in diens binnenlandse aangelegenheden. Elke staat, hoe groot of hoe klein, heeft hierop recht, er is is gelijkheid onder staten.

Dit principe regelt twee zaken: enerzijds de splitsing van aangelegenheden in enkel maar binnenlands of buitenlands en anderzijds een rigide piramidale structuur waarbij de staat weliswaar diens aangelegenheden kan onderverdelen over de deelstaten, maar de touwen stevig in handen blijft hebben.

Omdat het Westfaalse soevereiniteitsprincipe enkel maar toelaat dat één staat volledige politieke controle heeft over één welbepaald grondgebied, sluit dit het soort polycommunautarisme uit. Polycommunautarisme zoals in België heeft namelijk als effect dat meerdere staatsvormen soeverein zijn binnen hun welbepaald grond- of toepassingsgebied, weliswaar soeverein binnen hun gescheiden aangelegenheden.

Dit kan enkel werken zonder een hiërarchie der gemeenschappen: een gewest kan meerdere gelijkwaardige gemeenschappen huisvesten. Het toepassingsgebieden van gemeenschappen kunnen overlappen. Het omgekeerde kan niet: er kan slechts één gewest op één grondgebied zijn. Dit sluit coëxistentie met andere gewesten op hetzelfde grondgebied uit. Een gewest kan wel verder onderverdeeld worden in lagere politieke niveaus, of zich onderschikken aan een hoger politiek niveau: er is wel een hiërarchie der gronden.

Uit de lotsgemeenschap (natie) vloeit een staatsgemeenschap (natiestaat), dit is een truïsme voor elke nationalist. Zolang er één lotsgemeenschap één welbepaald grondgebied bevolkt, is het Westfaalse soevereiniteitsprincipe de meest vreedzame oplossing voor een staatsstructuur. Vanaf dat er meerdere lotsgemeenschappen in hetzelfde grondgebied leven, faalt het Westfaalse soevereiniteitsprincipe. De gemeenschappen vechten Hobbesiaans voor politieke controle, waarbij vaak de kleinste of zwakste gemeenschap aan het kortste eind trekt. In de geschiedenis ging dit vaak gepaard met etnische zuivering.

Het polycommunautarisme laat de nodige complexiteit in de staatshuishouding wel toe. Meerdere gemeenschappen kunnen een verschillende vertegenwoordiging kiezen voor die aangelegenheden die de gemeenschappen aangaan. Weliswaar resulteert dit in ongelijkheid tussen de behandeling van burgers binnen hetzelfde gebied, maar die ongelijkheid is een reflectie van de ongelijkheid in gemeenschappen en is dus gerechtvaardigd.

De scheiding tussen de gemeenschappen is nooit 100%: parallel zal er altijd een gemeenschappelijk politiek niveau noodzakelijk zijn voor die aangelegenheden die voortvloeien uit het samenwonen op een welbepaald grondgebied. Identitair gezien is men duaal: men heeft een identiteit op basis van de gemeenschap met welbepaalde kenmerken (taal, religie, afkomst,...) maar er is ook een identiteit op basis van het grondgebied en het samenwonen binnen dat grondgebied.

Sommige burgers gaan hun gewestidentiteit boven hun gemeenschapsidentiteit plaatsten (dit is een evolutie in Brussel, waar een "Brusseltude" heerst). Daaruit volgt noodzakelijkerwijs meertaligheid (dat is een probleem in Brussel), anders is het simpelweg de vergemeenschapisering van het gewestniveau door de meest dominante gemeenschap (wat dus ook gebeurt in Brussel).

Is het Hobbesiaans gevecht onvermijdelijk? Wel als het gewest bestuurt wordt volgens de meerderheidsregel. Dan neemt Nietzscheaans machtsdenken het over. Dit hoeft niet noodzakelijk te gebeuren als het gewest een confederaal niveau is, waarbij ze de optelsom is van de gemeenschappen en waarbij een wettelijk kader de rechten en plichten van elke gemeenschap waarborgt. Checks-and-balances kunnen elke gemeenschap beperken.

...met real-life toepassingsmogelijkheden...

Is er buiten België een noodzaak voor deze polycommunautaire-confederale benadering? Ja!

Er zijn vele staten in deze wereld die instabiel zijn omdat er een Hobbesiaans gevecht aan de gang is of heeft afgespeeld, met alle gruwelijke gevolgen van dien.

Een voorbeeld is de Balkan, waarbij verschillende etnische gemeenschappen (Serviërs, Montenegrijnen, Bosniërs, Albanezen, Kroaten, (Noord-)Macedoniërs e.a.) soms geografisch gescheiden maar vaak ook gemixt leven/leefden. Elke gemeenschap in de Balkan heeft legitieme claims om in een gebied te leven, maar geen enkele gemeenschap wilt overheerst worden door de andere. De enige oplossing was homogenisatie, een proper woord om te zeggen dat een geografisch gebied volledig bevolkt werd door één gemeenschap waarbij andere gemeenschappen gedwongen werden om te verhuizen of vermoord werden (m.a.w. etnische zuivering).

Joegoslavië had kunnen blijven bestaan als het zich omvormde tot een confederatie van gemeenschappen, dat verder onverdeeld was in verschillende gewesten waarbij in de gewesten één of meerdere gemeenschappen van toepassing zijn. Dit zou meer in overeenstemming zijn met de historiek van de regio: zeer divers, zeer verdeeld en zeer complex.

Kosovo is een voorbeeld: het wordt bevolkt door Albanezen maar het heeft ook een aanzienlijke Servische minderheid. Deze laatsten zijn sinds de afscheuring zeer misnoegd door de dominantie van de Albanezen. Bosnië en Herzegovina is nog steeds een etnisch kruitvat. Vojvodina is het meest extreme voorbeeld: 67% van de bevolking is Servisch en 13% is Hongaars, maar de overige 20% bestaat uit een etnische mengelmoes van Roemenen, Slovaken, Kroaten, Romazigeuners, de illustere Boenjewatsen en veel meer. In totaal leven er 26 etniciteiten in Vojvodina en worden zes talen officieel erkend.

...maar eindigde in een grote mislukking

"Maar De Mondige, als ik dit zo lees, waarom zijn Vlaams-nationalisten dan tegen België? Het kan toch werken?", hoor ik de belgicistische lezer ook al denken.

Ten eerste, het polycommunautarisme werkt slechts als er minstens meer dan drie evenwaardige gemeenschappen zijn. In België zijn er drie gewesten en drie gemeenschappen, maar slechts twee maken de dans uit. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap alliëren zich met respectievelijk het Waals Gewest en de Franstalige Gemeenschap, waardoor het communautair conflict wordt gereduceerd tot Vlaanderen vs. de rest. Zo'n regeling vergroot juist de confrontatie.

Ten tweede, het bicommunautaire gewest dient effectief de twee gemeenschappen gelijkwaardig te behandelen. In Brussel is de wettelijke bescherming van de Vlamingen zeer slecht. V&W-parlementsleden Hendrik Vuye en Veerle Wouters hebben het meest recente taalrapport bekeken en het is huilen met de pet op. De benoeming van het overheidspersoneel is nog steeds in meerderheid in strijd met de taalwet. Zulke benoemingen worden dan wel geschorst maar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bekrachtigt die niet. Daarom blijft de taalwet een dode letter. Ook is recent in het nieuws gekomen dat de gemeente van burgemeester Olivier Maingain (FDF) is veroordeeld geweest voor het niet naleven van de taalwet én het schenden van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Pak vast!

Er is manifeste onwil bij Franstaligen om Brussel te erkennen als een gewest bestaande uit twee gemeenschappen. Er is een Brusseltude, maar die Brusseltude is ééntalig Frans. Het is een vals Brusseltude. Maar de Vlamingen gaan ook niet vrijuit: zij missen de wil om hun rechten op te eisen. En dus is Brussel een nepgewest.

Bovendien werken de checks-and-balances in Brussel niet. Uit angst voor het Vlaams Blok is er een regeling uitgewerkt waardoor de Vlaamse gemeenschap uitgeschakeld kan worden. Als een stemming namelijk de vereiste meerderheid niet haalt, dan kan je na een maand het wetsvoorstel opnieuw op de agenda plaatsten en is slechts een derde vereist. Zo hol je het confederalisme van Brussel uit.

Ten derde, is er een fundamenteel meningsverschil tussen Vlamingen en Franstaligen over Franstaligen in de Vlaamse Rand. Er is een botsing van principes. Franstaligen vinden niet omdat ze in het Vlaams Gewest gaan wonen dat ze Nederlands moeten leren (personaliteitsbeginsel) terwijl Vlamingen vinden dat Franstaligen dat wel moeten doen (territorialiteitsbeginsel). Dit is ook een schuld van de Vlamingen: de faciliteiten geven helemaal geen incentive voor die Franstaligen om de gewesttaal te leren. Erger is dat een aantal Franstaligen steeds driester worden. Voormalig burgemeester Damien Thiéry bestuurde de faciliteitengemeente Linkebeek alsof het een onderdeel van Brussel was. Minister Homans moest meermaals zijn benoeming vernietigen. De vrees voor inktvlek Brussel pookt het communautaire vuur steeds op.

Ten vierde en ten laatste, in realiteit is het artikel 35 nooit uitgevoerd, zodat België geen confederale staat is maar een vis-noch-vlees hybride. In plaats van homogene bevoegdheidsoverdrachten, wordt bij elke staatshervorming (of beter gezegd, misvorming) de bevoegdheden verder versplinterd. Die restbevoegdheden dwingt de gemeenschappen om in overleg te gaan. Die tweespalt scheurt België elke dag stukje bij beetje in twee. Of het nu gaat om artsenquota's, communautaire economische ravijnen en miljardentransfers in de sociale zekerheid: zolang de grondwet een vodje papier blijft, blijft België een nepland.

Conclusie

In België zijn we al stoemelings tot een staatsstructuur gekomen die hopeloos complex is maar een interne logica volgt. Deze interne logica heeft zijn merites. Er wordt gefoeterd over onze zes regeringen, en er zijn nostalgici die dromen van een ééngemaakte regering.

Belgicisten hangen nu de heilsleer van de herfederalisering aan, maar dit gaat hen duur te staan komen. Dit gaat het conflict enkel doen verergeren. Nee, het samenwerkingsfederalisme werkt niet. Het heeft vroeger niet gewerkt en het zal nu ook niet werken. Waanzin is hetzelfde doen en een andere uitkomst verwachten.

Deze blog is een must-read voor belgicisten: België heeft alle constitutionele schatten op zolder om te kunnen slagen. Dat dit niet gebeurt komt ten eerste omdat de grote meerderheid onwetend is over hoe ons land werkt, en meer specifiek, waarom het werkt. Beter dan een straw man is een steel man argument: als je pro-België bent, dan kan je best de gewesten en de gemeenschappen verdedigen tegen de unitaire nostalgici. Dan roep je het anti-Vlaams gedrag van Brussel tot orde. Dan kan je best pleiten voor het confederalisme.

Doch ben ik zeker dat dit niet zal gebeuren. Belgicisten moeten de bittere waarheid onder ogen komen: als België faalt, dan is dit ten tweede door de manifeste onwil aan beide zijden om te doen slagen. België is wel degelijk een zombie: het leeft maar heeft geen wil. Het is oud en versleten, te moe om te sterven. Er blijft de noodzaak om dit "non-country" liever vandaag dan morgen af te schaffen. Dat is het beste voor iedereen.

Maar niet getreurd: daar waar België faalde kunnen andere landen in slagen. België zal altijd het voorbeeld voor anderen zijn hoe het (niet) te doen. Onze staatsstructuur heeft misschien niet gewerkt voor ons, maar misschien wel voor anderen.

Een gelukkig 11 julifeest aan iedereen gewenst!



0